Opinie

'Stadsbestuur moet ophouden met navelstaren en reageren op Brenninkmeijer'

De gemeente blijft steeds ronddraaien in dezelfde cirkel van onvermogen, schrijft Carla Hoffschulte in een opiniestuk in Het Parool. Door het gebrek aan goede samenwerking, staan de burgerbelangen niet meer op de eerste plek.

Burgemeester Eberhard van der Laan Beeld ANP

Het gemeentebestuur van Amsterdam moet met een reactie komen op het kritische rapport van de commissie-Brenninkmeijer over het Amsterdamse bestuurlijk stelsel.

Een duidelijke conclusie van dit rapport, dat vlak voor het zomerreces is verschenen, is dat direct gekozen bestuurscommissies in de stadsdelen in combinatie met 'verlengd bestuur' vanuit de gemeente tot een dubbelmandaat leiden. En dat leidt weer tot veel verwarring bij burgers over taken en bevoegdheden binnen het bestuurlijk stelsel.

Onvoldoende geïnvesteerd
Om verschillende redenen hebben spelers binnen het stelsel - b. en w., de gemeenteraad, bestuurscommissies en de ambtelijke organisatie - onvoldoende geïnvesteerd in een goede samenwerking. Er is volgens de commissie sprake van een sterke politisering van stedelijke vraagstukken en een enorme interne gerichtheid van de gemeentelijke organisatie.

Door het gebrek aan goede samenwerking zijn de belangen van burgers, ondernemers en maatschap­pelijke instellingen op de tweede plaats komen te staan. Het is dan ook niet verwonderlijk dat uit de enquête onder Amsterdammers blijkt dat het vertrouwen in de Amsterdamse politiek bijzonder klein is.

Tegelijk met de bestuurscommissies is in 2014 het gebiedsgericht werken geïntroduceerd, waarbij de stad werd onderverdeeld in 22 gebieden.

Opvallend kritiekpunt
Gebiedsgericht werken staat voor een filosofie en een methode om binnen een bepaald gebied naar kansen en problemen te kijken en te handelen. Dat de commissie-Brenninkmeijer constateert dat de gebiedsbelangen geen goede vertaalslag krijgen, is een opvallend kritiekpunt, omdat juist op dat gebiedsniveau, in horizontale netwerken, de verbinding met de burger tot stand kan komen.

De gemeente Amsterdam blijft bij de ontwikkeling van het bestuurlijk stelsel steeds in dezelfde cirkel van onvermogen ronddraaien. Machtsspelletjes lijken belangrijker dan het werkelijk oplossen van stedelijke vraagstukken.

Het gemeentebestuur zou er goed aan doen meer in te zetten op interactief bestuur en te zorgen dat er een beter evenwicht komt tussen de regiefunctie van gemeente en de oog-en-oorfunctie op decentraal niveau. Daarmee zou het gemeentebestuur duidelijk maken dat het de Amsterdamse burger weer serieus neemt.

Carla Hoffschulte, sociaal geograaf en onderzoeker, Amsterdam

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden