Plus Column

Spijtig dat mijn boek niet in de schaduw is gezet

Gijs Groenteman Beeld Linda Stulic

Vorige week overleed Evelien Gans. Haar pad heeft het mijne niet vaak gekruist, maar alle keren dát het gebeurde kan ik me nog levendig herinneren.

Om te beginnen heb ik mijn meest eervolle opdracht aan haar te danken. Het was 2004 en de tiende sterfdag van Ischa Meijer, die op 14 februari 1995 overleed, zat eraan te komen. Mai Spijkers, uitgever van Ischa en ook van zijn weduwe Connie Palmen, wilde dan met een boek over Ischa komen. Nu was Evelien Gans Ischa's officiële biograaf, maar haar boek zou niet op tijd af zijn.

Mai en Connie vroegen mij (mij!) of ik een boek over Ischa wilde schrijven. Aangezien er weinig mensen waren tegen wie ik zo had opgekeken als Ischa, vond ik mijzelf eigenlijk te nietig om zijn leven onder de loep te nemen, maar ja, als Mai en Connie zich persoonlijk tot je wenden, is nee zeggen geen optie.

In de zes maanden die volgden interviewde ik dertig mensen die Ischa goed gekend hadden. Mijn boek werd opgebouwd uit hun citaten. Toen het in Eik en Linde werd gepresenteerd, op Ischa's tiende sterfdag die tevens zijn 62ste verjaardag was, was Evelien Gans ook aanwezig. Van de uitgeverij kreeg ik een ­gigantische bos bloemen die zij aan het eind van de avond mee naar huis bleek te hebben genomen. Vond ik niet erg, die kwam haar toe.

Een paar jaar later verscheen het eerste deel van haar dubbelbiografie over Ischa en zijn vader Jaap. Een fantastisch boek, dat logischerwijs nog vooral over Jaap ging, dus ik keek reikhalzend uit naar deel twee.

Bij Ischa's twintigste sterfdag waren Evelien en ik te gast in een talkshow. Toen ik haar vroeg waar haar deel twee toch bleef, stelde ze mij gerust: dat zou er zeker komen, en ze had al eerder bewezen dat ze gigantische, ­bijna megalomane projecten tot een goed einde kon brengen, ze zou heus niet verzanden.

Tijdens dezelfde bijeenkomst vertelde ik haar over Theo van Gogh, die vermoord werd terwijl ik mijn boek over Ischa schreef. De verhalen die over Theo loskwamen, hadden zo over Ischa kunnen gaan: allebei lieverds die ineens angstaanjagend kwaadaardig konden worden, allebei meesterlijke interviewers die dat talent amper serieus namen, allebei mannen die alleen begrepen zouden worden door de mensen die in hun tijd hadden geleefd.

Evelien, die zelf op een gruwelijke manier door Theo beledigd is, vond de vergelijking onzin: "Theo van Gogh was een antisemiet!"

Toen we gedag zeiden, verwachtte ik haar weer te zien als haar boek over Ischa zou verschijnen. Dat het mijne, hoe trots ik er ook op ben, ongetwijfeld in de schaduw zou hebben gezet.

Zo spijtig dat dat niet gaat gebeuren.

Gijs Groenteman (1974) is schrijver, presentator en journalist. Wekelijks schrijft hij voor Het Parool een column.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden