Plus

SP is aan de gekkekoeienziekte gaan lijden

Eén kwestie, twee visies: de Amsterdamse blik en een mondiale kijk op de actualiteit. Deze week: de SP en de modderspuit.

Max Pam en Paul Brill Beeld Artur Krynicki

Wet van de koestal

Als telg van een sociaaldemocratische familie, die de vermoorde Rathenau adoreerde en al op Troelstra stemde voordat hij vergeefs de Revolutie uitriep, heb ik altijd een wantrouwen gekoesterd jegens radicale socialisten en communisten. Door Sytze Faber is dit psychologische verschijnsel verklaard met ‘de wet van de koestal’ – als koe krijg je in de stal de meeste trappen van de koeien die het dichtst bij je staan.

In politieke termen wordt daarmee verklaard dat een grote partij bij verkiezingen de meeste last heeft van partijen waarmee zij programmatisch het meest gemeen heeft. Zo heeft het CDA veel verloren aan de kleine christelijke partijen. Nog dramatischer is het verloop ter linkerzijde. Daar is de dikke koe van de sociaaldemocraten na het roemloze vertrek van Wim Kok helemaal vertrapt door de loeiende kalfjes van GroenLinks en de Socialistische Partij. De kalfjes zijn inmiddels volgevreten volwassenen, maar het resultaat is wel dat van een machtig links blok geen sprake meer is. De drie koeien schoppen nog steeds tegen elkaar en de mogelijkheid dat zij ­samen ooit nog eens één koe zullen worden, lijkt ondenkbaar.

Intussen is de SP aan de gekkekoeienziekte gaan lijden. De tomaten waarmee zij jarenlang anderen heeft bekogeld, liggen zwaar op de ­eigen maag: zelf nooit iets bereikt, of juist het tegen­overgestelde. Zo heeft de SP binnen de FNV steeds getracht de macht van de PvdA te breken en dat is aardig gelukt, met als gevolg dat de vakbond een sterk verzwakte organisatie is geworden.

De SP heeft één onoverkomelijke zwakte, die tot een ineenstorting moest leiden: in tegenstelling tot het van oudsher internationale karakter van het socialisme is de SP een lokale partij gebleven met de familie Marijnissen in de hoofdrol, mensen die met een zachte g spreken en die vanuit Oss nooit aantrekkelijk kunnen zijn voor de kiezer in Leeuwarden, de plaats waar Troelstra is geboren. Daarbij komt dat Lilian Marijnissen de slechtste spreker is die ik ooit voor een menigte arbeiders heb zien staan. (Ik hoorde haar een keer op de kade voor Hotel New York in Rotterdam, terwijl een harde wind haar woorden deed verwaaien.)

Het zogenaamd satirische filmpje over Hans Brusselmans, de uitvreter van de EU, heeft de SP uiteindelijk de das omgedaan. Je zou het typerend kunnen noemen dat deze video niet gericht was tegen de natuurlijke vijand van de SP, het VVD-kapitalisme en verder rechts, maar juist ­tegen de koe die het dichtste bij staat: Frans Timmermans van de PvdA.

Als de SP de linkse beweging echt een warm hart toedraagt, heft zij zichzelf op in het besef dat afsplitsingen tot niets leiden.

Max Pam

Snoopy op een tank

Met het Brusselmansfilmpje is de SP in de kuil gevallen die ze zelf heeft gegraven. Toont dit eens te meer aan dat wij in Nederland niet zijn gediend van ‘Amerikaanse toestanden’, zoals sommige commentatoren menen? Dat lijkt me betwistbaar. We nemen maar al te vaak nummers uit het Amerikaanse politieke circus over. Denk aan de opzichtige Obama-imitatie van Jesse Klaver bij zijn meet-ups.

Maar de zwaar gechargeerde aanval op de persoon van Frans Timmermans was onmiskenbaar een brug te ver. Het pseudosatirische karakter ervan was alleen besteed aan mensen die vervolgens op Forum voor Democratie stemden.

Overigens zijn ook in Amerika velen ongelukkig met het spervuur van attack ads waaraan de kiezer bij verkiezingen wordt blootgesteld. Geregeld wordt geklaagd over de negatieve inslag van met name de tv-commercials en worden politici en hun adviseurs gemaand toch vooral een positieve boodschap uit te dragen.

Maar ja, het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Of liever gezegd: kennelijk hebben die vermaledijde attack ads toch effect, want alle misnoegen ten spijt is het bij de volgende verkiezingsronde weer raak. Zelfs als het gaat om lagere politieke functies wordt de modderspuit veelvuldig in stelling gebracht.

Daarmee is niet gezegd dat elke lastercampagne succes heeft. Maar wel laat de geschiedenis zien dat een politicus kwetsbaar wordt als een aanval niet of halfslachtig wordt gepareerd.

Een markant voorbeeld is de nederlaag van de Democratische presidentskandidaat Michael Dukakis in 1988. De Republikeinen brachten een vilein tv-spotje in omloop, waarin hij ervan werd beticht dat hij als gouverneur van de staat Massachusetts een ondeugdelijk verlofprogramma voor gevangenen had ingevoerd. Zo had een veroordeelde moordenaar de kans gekregen om opnieuw dodelijk toe te slaan.

Adviseurs van Dukakis drongen er bij hem op aan om de aantijging krachtig te weerspreken. Maar die vond dat beneden zijn stand. Hij wilde vasthouden aan het devies dat Michelle Obama recentelijk zo verwoordde: “When they go low, we go high.”

Mooie stelregel, jammer alleen dat de kiezers in 1988 ernstig begonnen te twijfelen aan de weerbaarheid van de Democraat. Uiteindelijk voelde hij zich toch genoodzaakt zijn imago op te vijzelen. Daartoe liet hij zich filmen op een rijdende tank – helaas met een helm op zijn hoofd die veel te groot was, waardoor hij eruitzag als Snoopy die in een verkeerd stripverhaal was beland.

George Bush (senior) won de verkiezingen, voor Dukakis wachtte de vergetelheid. Een paar jaar geleden kwam ik hem tegen bij een expositie in Massachusetts. Leek me een aardige man, aan wie evenwel geen groot president verloren is gegaan.

Paul Brill

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden