Maarten Moll. Beeld Sjoukje Bierma
Maarten Moll.Beeld Sjoukje Bierma

Soms weet je dat je in de gaten wordt gehouden

PlusMaarten Moll

Soms weet je dat je in de gaten wordt gehouden.

Dat je in een paar huizen de vitrage ziet bewegen, met schimmige figuren erachter.

Ik zag het, en de schimmen wisten dat ik het zag. ­Wilden dat ik ze zag spieden.

Want ik was in het keurige buurtje van mijn ouders de openbare ruimte aan het vervuilen.

Mijn broze vader had gevraagd iets in de voortuin te doen waar hij zelf de kracht niet meer voor had.

Zagen en knippen.

Dus reed ik 120 kilometer oostwaarts om de Amerikaanse vogelkers te lijf te gaan. Een plant met dikke ­takken die enorm kunnen uitlopen.

“Een indringer, weg met dat ding,” zei mijn vader. “De Europese vogelkers is veel mooier.”

Dus spande ik de grote trekzaag, die ik samen met de knipscharen uit de schuur had gehaald, stapte in de laarzen van mijn vader (ja, ik werd weer een jongetje), en banjerde de voortuin in.

Waar ik woest de zaag in de takken zette, en de takken over het lage tuinhek op het trottoir gooide.

En ik de eerste vitrages in beweging zag komen.

Bespieden is iets anders dan open en bloot kijken.

Een paar dagen geleden keek ik vanaf mijn werkplek recht een kamer in van het verzorgingstehuis hier tegenover. De gordijnen waren opengeschoven, en de vitrage was denk ik in de was.

Een man met grijs haar dat in zijn nek golfde, een bril met vlindermontuur, blauw geruit overhemd met korte mouwen.

Ik heb zeker een uur naar hem gekeken.

Het was een kijkdoos. Een kijkdoos waarin niet veel te zien was, en waarin niet veel gebeurde.

De man las de krant. At zijn middagmaal. Nam de krant weer op. Dommelde weg in zijn stoel.

Wat had ik graag willen weten waaraan hij dacht ­terwijl hij zo wegzakte.

Ik keek een tijdje naar de duttende man.

Nee. Ik was niet aan het spieden of gluren, ik was schaamteloos aan het kijken. Dit was je reinste voyeurisme.

De man had niet één keer naar mij gekeken om te ­ontdekken wat ik deed, hij had waarschijnlijk geen idee dat iemand hem zo zat op te nemen.

Het voelde toch een beetje ranzig. Dat ik zo in zijn leven kon inbreken, hem zo ongegeneerd kon bekijken. En dat ik me niet kon afwenden.

Een dag later hing er weer vitrage. (Ik hoop dat hij mij nu gaat begluren.)

Ik verwijderde ook de kleinere takken van de Amerikaanse vogelkers, en stapte toen over het hekje om alle takken in stukken te knippen. Ik speelde met de gedachte om de boel daar te laten liggen en eerst koffie te gaan drinken. De buren een beetje zenuwachtig maken. Maar ik stopte alles in een afvalbak met wieltjes, bezemde de stoep schoon, en zag voor de laatste keer de vitrages bewegen. Tevreden kwam de stof tot stilstand.

De orde was weer hersteld.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden