Plus Column

Soms moet je vechten voor je plek

Ellen Dikker Beeld Wolff

Er was een documentaire over Simon Tahamata op televisie. Die heb ik met mijn zoontje teruggekeken. Niet alleen ­omdat het een van z'n trainers is, maar vooral omdat Simon iets vertelde wat mijn zoontje kan helpen. Simon zei dat hij letterlijk heeft gevochten voor z'n plek. Als klein, donker, dorps jochie moest hij ook met z'n vuisten laten zien wat hij waard was.

Mijn zoontje heeft ook één keer gevochten. En dat past absoluut niet bij hem. Hij voelt zich er nog altijd slecht over.

Een dik jaar geleden kwam hij na de training opgewonden uit de kleedkamer. De adrenaline spoot uit z'n oren. "Nou, er is iets gebeurd mam!" Als mijn zoontje uit zichzelf begint te praten, is er echt iets aan de hand. Het jongetje dat hem al weken lastigviel, wilde met hem vechten. "Kom mij matten dan, kom mij matten dan..." En hij was gaan duwen. Mijn zoontje had geen keus.

Het joch was nieuw in de groep en bungelde onderaan in de hiërarchie. Hij trok dat slecht. Al weken daagde hij mijn zoontje -de kleinste van allemaal - op allerlei manieren uit. "Wedden dat ik sneller ben?" En dan moest mijn zoontje tegen hem sprinten. "Wedden dat ik sterker ben?" En dan moest mijn zoontje met hem armpje drukken. Hoe vaker mijn zoontje hem versloeg, hoe giftiger het kind werd.

Nu moest er gemat worden. In een volle kleedkamer. Het begon speels. Beetje stoeien. Maar het werd steeds venijniger. Mijn zoontje legde hem op de grond. Alle jongens van het team op de banken. Er werd gejoeld en geklapt. Het driftkikkertje kon niet verkroppen dat hij van zo'n klein opdondertje verloor.

Maar klein betekent niet slap. Ik noem een Yuri van Gelder. Zes keer legde mijn zoontje hem op de grond. Het joch was ten einde raad en wilde hem nogmaals grijpen, maar het hele team vond het genoeg geweest.

De grootste en sterkste jongen van de groep, die boven op de apenrots zit, nam mijn zoontje op de schouders. "Misschien ben jij wel helemaal niet zo'n kippenboutje." Een groter compliment was uit zijn mond niet denkbaar. Het was als een initiatieritueel en mijn zoontje had het overleefd. Nu hoorde hij er echt bij.

Vechten mag niet en eigenlijk hoorde ik boos te zijn. Maar ik was alles behalve boos. Ik was trots dat mijn kleine Yuri zich dapper had verzet. Soms moet je vechten voor je plek. Omdat je moet laten zien wat je waard bent. Net als Simon.

Cabaretière Ellen Dikker had heel lang niets met voetbal, totdat haar zoon werd gescout door Ajax. Iedere zaterdag schrijft zij in Het Parool een column over haar 'Kleine Messi'. Lees al haar columns terug in het archief.

Reageren? e.dikker@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden