Ashgan El-Hamus. Beeld Sjoukje Bierma
Ashgan El-Hamus.Beeld Sjoukje Bierma

Soms is casten tranen delen met iemand die je niet kent

PlusAshgan El-Hamus

Ashgan El-Hamus

Ik geloof dat je als regisseur altijd een beetje verliefd wordt op je personages. Ik ben verliefd op een moeder van 27 die er alles aan doet om haar zoontje terug te krijgen. Hij werd uit huis geplaatst, want soms worden kinderen moeder en gaan dingen niet vanzelf. Kinderen horen tot zes uur ’s ochtends uit te gaan en aan hun moeder te vragen hoe de wasmachine werkt, maar dit kind moest thuis zijn en aan haar moeder vragen hoe je borstvoeding geeft. Uiteindelijk gaf ze hem vooral cornflakes en liefde, maar soms is dat niet genoeg. Hij werd bij haar weggehaald en naar een plek gebracht waar kinderen geen cornflakes maar broccoli krijgen. Nu hebben ze één weekend samen. Mensen geven je altijd te weinig tijd.

Mijn eerste castingdag voelt als een heel lange blind date. Er komen tien vrouwen, of meisjes – dat verschil zie ik nooit. Allemaal hebben ze nog nooit voor een camera gestaan, maar dat is wat ik zoek. Mensen die nog nooit voor een camera hebben gestaan kijken anders uit hun ogen. Ze lopen hoe ze lopen, praten zonder rekening met je te houden. Ze geven je niet wat je zoekt, maar waarvan je niet wist dat je het zocht.

Alle vrouw-meisjes spelen vandaag voor het eerst. Er is iets met mensen die iets voor de eerste keer doen, ­alsof je tijdens een eerste keer niet anders kan dan jezelf zijn. En zo geeft iedereen die voorbijkomt me een stuk van zichzelf. Het is alsof ze allemaal gedegen en gecontroleerd hun kleinste stukje hart, dat stukje waar niemand ooit komt, eruit snijden om aan mij te laten zien. Je hart laten zien, hoe klein het stukje ook is, is het engste dat er is.

Haar lange nepnagels tikken op de plastic tafel. Plastic op plastic. Op een van de nagels is een blauwe vlinder geplakt, ik staar naar de vlinder en denk: dit is wat ik bedoel. Zo’n vlinder regisseer je niet, die vlinder moet er zijn. Ze doet het goed, haar schouders recht en stoer, ze ziet eruit alsof ze weet wat ze doet. Dat kan ook niet anders, iemand met zulke nagels weet wat ze doet.

Ik stop de take en wil op naar de volgende, maar terwijl ik haar aanwijzingen geef beginnen de stoere schouders ineens te schokken. Haar gezicht breekt, er lopen tranen over haar wangen. Mijn knuffelinstinct rent op haar af en wil haar beetpakken, maar corona houdt me tegen. Iemand die huilt niet beetpakken is het meest onnatuurlijke dat er is, tranen schreeuwen om geknuffeld te worden en dus strek ik mijn armen zo ver mogelijk uit over tafel, zodat ze het gevoel heeft dat ik dichtbij ben.

Zij was zelf dat kind. Het kind dat leefde op cornflakes als avondeten en liefde voor ontbijt. Het kind dat werd weggehaald bij haar moeder en naar een broccoliplek werd gebracht. Door haar tranen heen zegt ze dat ze blij is dat ze nu weet hoe het voor haar moeder was. Ze veegt haar gezicht droog en glimlacht. Ik kijk naar de vlinder op haar nagel; een stukje vleugel laat los, het maakt ’m alleen maar mooier. Met één vleugel vlieg je net zo hard en soms is casten tranen delen met iemand die je niet kent.

Aan het eind van de dag kijk ik naar de plastic tafel, die geen gewone tafel meer is, maar eentje gevuld met de kleinste, zorgvuldig uitgesneden stukjes van vrouwenharten. Ik ben verliefd.

Reageren? a.elhamus@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden