Erik Jan Harmens. Beeld Artur Krynicki
Erik Jan Harmens.Beeld Artur Krynicki

Soms hoor je geluiden pas als ze er niet meer zijn

PlusErik Jan Harmens

Mijn vriendin en ik logeerden in het huis van mijn ex. Dat vonden wij heel normaal, maar als ik mensen erover vertelde, vroegen ze: “Vind je dat niet gek?” Ik weet nooit of ik daarop moet antwoorden: “Ja, dat vind ik niet gek,” of: “Nee, dat vind ik niet gek.” Taalkundig zal het tweede juist zijn, maar gevoelsmatig prevaleert optie 1. Ja, ik vond dat niet gek.

Niettemin kon ik de eerste nacht niet slapen, maar dat kwam door de antieke tafelklok. Die deed heel hard tiktiktiktik, wat op zich niet ongewoon is voor een uurwerk. De hele dag door had ik het geluid waargenomen, maar pas toen alle andere geluiden waren weggevallen begon ik me eraan te storen. Het werd ook steeds harder: TIK! TIK! TIK! TIK!

Het gebeurt vaker dat ik geluiden pas hoor als ze er niet meer zijn. Pas nu er veel minder vliegtuigen overvliegen, hoor ik hoe enorm het lawaai in de periode vóór corona moet zijn geweest. Nu er een avondklok is, realiseer ik me pas hoe hard de verderop gelegen snelweg ooit woesjte. De stilte na negenen is oorverdovend.

TIK! TIK! TIK! TIK! deed de tafelklok van mijn ex nog altijd. Er kwam een herinnering boven aan toen ik 14 was en met mijn broer bij mijn opa en oma sliep. Die woonden in Den Oever, een dorpje aan het begin van de Afsluitdijk (vanuit Amsterdam gezien dan, voor de lezers in Friesland ligt Den Oever juist aan het eind). We waren daar om te bollenpellen. Dat moest van mijn moeder; als kind had zij dat kutwerk elke zomer moeten doen en tradities zijn er om door te geven. Op het nachtkastje stond zo’n ouderwetse opdraaiwekker op pootjes. Met wijd ­opengesperde ogen wachtte ik tot hij begon te rinkelen. Na drie doorwaakte nachten ­smeekte ik mijn broer of we naar huis mochten. Bij de bollenboer jokten we dat we ziek waren, terwijl we onze opa en oma wijsmaakten dat de bollen op waren. “De bóllen óp?” riepen ze vol ongeloof, maar ze hadden dan weer niet de ­ballen om het te factchecken.

TIK! TIK! TIK! TIK! Eindelijk kwam ik overeind om iets te doen wat ik al een tijdje aan het overwegen was, namelijk de klok van de slaap- naar de badkamer verplaatsen. Ik trok de deur achter me dicht en ook de tussendeur en nu zaten er twee deuren tussen mij en het geluid en het ­enige wat ik uit de verte nog hoorde, was een boing op het hele uur. Die kon ik hebben. Weer in bed was ik boos op mezelf omdat ik niet ­eerder op dit idee was gekomen. Ik trok de haren uit mijn hoofd, maar gelukkig niet allemaal, anders was ik nu kaal.

Erik Jan Harmens (1970) is schrijver en dichter. Hij schrijft elke week een column over prikkels en andere zaken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden