Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki
Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

Soldaat Fjodor op jacht naar nazi’s en voedsel in Marioepol

PlusTheodor Holman

Theodor Holman

Fjodor, een Russische soldaat, stapt uit zijn tank omdat hij honger heeft, en ziet dat Marioepol in puin ligt. Hij zoekt een supermarkt, maar die is met de grond gelijkgemaakt. Bij de slager hangen geen koeien, maar menselijke kadavers en in de lege bakkerij liggen wat niet ontplofte handgranaten.

Hij zoekt verder en vindt een kruidenier.

Achter de toonbank staat Lev.

Fjodor pakt zijn geweer, richt die op Lev en vraagt: “Bent u een nazi?”

“Mijn grootouders zijn omgekomen in Auschwitz. Ik ben een persoon die de Tora en de Tenach bestudeert. En de Talmoed uiteraard, maar dat heb ik de laatste tijd een beetje laten zitten.”

“Dat was de vraag niet, ik wil weten of u een nazi bent?”

“Wie een ander zomaar neerschiet is een nazi. Bent u een nazi?”

“Ik moet van kameraad Poetin nazi’s verdelgen.”

“Betekent nazi in uw taal misschien stad? Er is niets meer over van onze stad.”

“Neemt u me in de maling?”

“Ik heb nog nooit iemand in de maling genomen die een geweer op mij gericht houdt. Zou u die in de maling nemen?”

“Ik heb honger. Ik heb eten nodig,” zegt Fjodor.

“Uw woorden zijn mijn woorden.”

“Geef mij eten!” gebiedt Fjodor en richtte zijn geweer op het hoofd van Lev.

“Ik kan u helpen aan bedorven gebroken eieren, verbrand meel, zure melk vermengd met roet en ik heb onder het puin nog wat rauwe bonen die smaken naar kruit en steengruis. Ik maak het graag voor u klaar.”

“Ik ben een soldaat, ik heb honger. Als ik honger heb kan ik niet vechten!”

“Rabbi Cruijff heeft eens gezegd: elk nadeel heb z’n voordeel. Daar moet ik nu sterk aan denken.”

Fjodor onderzoekt de lege schappen van de kruidenier. Maar nergens vindt hij iets eetbaars.

“Wat eet jij dan?” vraagt hij aan Lev.

“Uw leider Poetin helpt mij. Als ik aan hem denk, heb ik geen eetlust meer. Dan verdwijnt de honger een tijdje.”

“Zegt u mij dan waar de nazi’s zijn, dan pak ik hun eten af,” zegt Fjodor.

“Ik zag ze net in een lange rij voorbijkomen. Maar pas op! Ze droegen hetzelfde uniform als u.”

Snel gaat Fjodor naar buiten.

Hij ziet zijn vrienden.

“Gaan we niet de verkeerde kant op?” roept Fjodor.

“Je gaat altijd de verkeerde kant op,” denkt Lev. En hij ziet dat Fjodor van verraad wordt beticht.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden