Column

'Snelheidsduivels worden altijd door de echte duivel ingehaald'

James WorthyBeeld Agata Nowicka

Ik loop naar huis over de Elandsgracht met All I Need van Radiohead in mijn oren. De straten zijn uitgestorven, maar de regen leeft als nooit tevoren.

Voor het Turkse restaurant staat een auto op de stoep. Het is een rode Ford Focus. Een oude man zit met een schroevendraaier in het dashboard te poeren, een andere oude man zit op de achterbank te knikkebollen.

Ik vraag of ik ergens mee kan helpen, maar de man met de schroevendraaier zegt dat hij alles al heeft gedaan. Dat alles al klaar is. Hij legt de schroevendraaier in het handschoenenkastje en stelt zichzelf voor.

"Dat is Sam en ik ben Tom. We kennen elkaar al vijftig jaar. Sam is ernstig ziek. De dementie heeft zijn schedel leeggegeten. Ooit was hij autocoureur. Een paar jaar lang had hij het baanrecord van het circuit van Zandvoort in handen. Niemand was sneller dan Sam. Totdat zijn auto een keer in de fik vloog, met hem erin. Snelheidsduivels worden vroeg of laat altijd een keer door de echte duivel ingehaald."

"Ik zag u net een airbag verwijderen. Mag ik vragen wat u van plan bent?" vraag ik.

"Vanochtend werd het euthanasieverzoek van Sam afgewezen. Men is van mening dat hij nog te goed is om te mogen sterven, maar ik ben van mening dat mijn vriend veel te slecht gaat om onnodig door te moeten leven."

"Gaat u tegen een boom rijden met Sam naast u in de stoel zonder airbag?"

"Niet tegen een boom, dat is slecht voor het milieu. Sam was dol op het milieu, toen hij nog wist wat het was. Toen hij nog wist hoe je het schreef - nee, dat heeft hij denk ik nooit geweten. Maar we gaan naar Zeewolde. Daar heb je heel veel windmolens."

"We gaan zo hard ­mogelijk tegen een windmolen aan rijden. Ik natuurlijk met een helm op, een airbag in mijn stuur en met mijn veiligheidsgordel om. Ik ben nog niet klaar om te gaan. Sam wel. Kijk dan naar hem. De enige van wie hij nog ­afscheid moet nemen, is zijn schaduw."

Ik kijk naar Sam. Naar de bordeauxrode muts op zijn leegstaande hoofd.

Ik hoop dat hij straks, als hij door de voorruit vliegt, zich weer heel eventjes alles herinnert.

Het favoriete scheldwoord van zijn vader, de vrouwen, de vleesjus van zijn grootmoeder, de tuin van zijn ouderlijk huis en de geur van regen op warm asfalt.

De sportauto's, de nachten die veelal langer dan zijn relaties duurden, de ongerustheid van zijn moeder, de haarspeldbochten en zijn allerbeste vriend Tom.

De rode auto rijdt richting de Marnixstraat. Ik zwaai. Als ik naar beneden kijk, zie ik de verwijderde airbag in de goot liggen. Sam toetert drie keer. Ik vind het mooi wat hij doet. Dan geeft hij flink gas. James Dean in 1955.

In mijn hoofd hoor ik de knal en voel de gordel in de huid van Tom snijden. Sam vliegt richting de windmolen. En Tom ziet het allemaal. Na de klap vliegt zijn ziel omhoog.

De molen begint te draaien. Steeds harder en harder. De windmolen blaast Sam in de richting van al zijn herinneringen.

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

Reageren? james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden