Massih Hutak. Beeld Artur Krynicki
Massih Hutak.Beeld Artur Krynicki

Sloop, verkoop én tijdelijke invulling moeten van de baan

PlusMassih Hutak

De wooncrisis hangt samen met een extreem tekort aan ruimte in de breedste zin. Laten we kijken waar er nog wél bewegingsvrijheid is in onze buurten. Om vervolgens met slimme en solidaire invulling een eerste antwoord te formuleren op een van de grootste vraagstukken van deze tijd: hoe maken we stedelijke ontwikkeling inclusief en duurzaam?

Natuurlijk begint dat antwoord met dat overheden huisvesting moeten reguleren, deprivatiseren en daar structureel en substantieel in moeten gaan investeren. Zie Wenen. Uiteindelijk is deze crisis een kwestie van keuzes. Maar gemeentelijke woningen zijn niet het enige waardevolle maatschappelijke vastgoed dat we hebben. Voormalige schoolgebouwen, buurthuizen, gezondheidscentra, ontmoetingsplekken, speelhallen, tramremises, kazernes, feestzalen, et cetera, zijn minstens even waardevol. Misschien niet direct als woonruimte denkt u dan, maar waarom niet?

Als we focussen op Amsterdam pleit ik er voor dat buurtorganisaties en bewoners scannen waar in onze wijken nog maatschappelijk vastgoed beschikbaar is, van informatie voorzien door politici en ambtenaren. Vaak zijn dit plekken die op de nominatielijst staan voor sloop of verkoop. Omdat het de gemeente teveel geld kost om op te knappen en omdat verkopen enorm winstgevend is. Zo transformeren voormalige publieke gebouwen meer en meer in consumptieattracties in een stad die alsmaar door ‘pretparkiseert’. Naast sloop of verkoop is er nog de optie tot tijdelijke invulling door één of andere broedplaatsontwikkelaar. Maar wie handelt in tijdelijkheid werkt ongelijkheid in de hand, ongeacht de intenties.

Sloop, verkoop of tijdelijke invulling: alle drie de opties moeten van de baan.

Beschikbaar maatschappelijk vastgoed moet gaan naar lokale partijen die, voor onbepaalde tijd, de betreffende panden in zelfbeheer wederopbouwen tot cultuurcentra met sociale en publieke functies. Wat wordt verstaan onder ‘cultuur’ is aan de lokale bewoners, niet aan de gemeente. Naast een artistieke, creatieve en sociaal-maatschappelijke invulling moeten deze plekken ook woon- en werkplekken faciliteren. Met name voor jongeren en ongedocumenteerden, mede gefinancierd door de gemeente. Om vervolgens een plek te worden waar bewoners (lees: experts) zelf voorstellen doen voor de toekomst van onze wijken. Met onze bestaande kennis, solidariteitsnetwerken en het sociale weefsel als kern van de herontwikkeling. En dan niet één gebouw als symboolpolitiek, maar minstens vier of vijf panden in verschillende buurten als beleid met lef.

Niet toevallig bevinden dit soort ruimten zich midden in gebieden waaromheen flink wordt gebouwd. Neem bijvoorbeeld de Bowling op het Buikslotermeerplein of de Rietwijker in Banne 2. De laatste is geen gemeentelijk eigendom meer en meteen een belangrijk voorbeeld waarom we beschikbaar maatschappelijk vastgoed moeten koesteren. Door deze plekken terug te nemen, manoeuvreren we ons als buurtorganisaties tot onmisbare gesprekspartner tussen de corporaties, ontwikkelaars en de gemeente. En zo kunnen we op lokaal niveau een wereldstatement maken.

Hoe kan je daar nou tegen zijn?

Rapper en schrijver Massih Hutak (1992) schrijft elke week een column voor Het Parool. Lees al zijn columns hier terug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden