Plus Column

Slingerend loopt de gitaarman een nieuw jaar in

Roos Schlikker Beeld Oof Verschuren

Uit de klankkast dondert het. Met een rammelend geraas is de gitaar op de grond gelazerd, de eigenaar erachteraan. Hij steekt zijn vuist in de lucht. Omstanders kijken verschrikt een andere kant op.

Vrijwel dagelijks zwalkt de kerel door mijn straat. Zijn instrument gebruikt hij nooit om op te spelen. Het is zo'n type wiens blik je beter ontwijkt.

Kijk je toch dan zie je het: zijn verwijde pupillen, de ogen ver opengesperd, het te snelle heen en weer schieten van zijn kijk-richting. In zijn hoofd zitten woeste gedachten die niemand meer kan volgen.

Wild zwaait hij de gitaar boven zijn hoofd.

"Waaah!" bast zijn stem tegen de huizen, afgewisseld met hoog gegil. Als ik mijn zoontjes naar school breng, dirigeer ik ons zo onopvallend mogelijk naar de overkant.

"Let maar even niet op hem," zeg ik zacht.

Maar de tengere blinde jongen die laatst ook over de stoep schuifelde, zag de dreiging niet. Zijn stok tikte een geruststellend ritme op de straattegels.

Geen gevaar. Geen gevaar. Geen gevaar.

Plotseling stormde de gitaargast op hem af en smeet het kereltje met een zwiep tegen de gevel van een winkelpand.

Buurtbewoners begonnen te schreeuwen, het werd bijna een hand­gemeen tot vier agenten de gitaarman ruw overmeesterden en in horizontale positie een politiebusje in schoven, ons allen met bonzend hart achterlatend.

Twee dagen later hoorden we zijn gestamp alweer door de straat, net als vandaag zijn hese onverstaanbare gescheld klinkt. Mijn jongste kruipt in mijn jas en piept.

"Ik ben bang." Ik knik. Ik ook. Maar de gitaarman net zo goed. Want angst is de motor van veel woede.

Angst of verdriet.

Hoe vaak heeft het Aanjaagteam Verwarde Personen hem bijeen geveegd, als hij op een zebrapad lag, lallend, zijn ledematen over de stenen gespreid, alsof hij uit elkaar gevallen was?

Nu hangt hij als een lege ballon op mijn stoep. Boven hem fonkelt het.

De winkeliersvereniging heeft zich uitgesloofd met knipperende decemberlichten. Twee pluchen ijsberen schurken zachtjes over elkaar in een etalage, ademloos bekeken door een blond appelwangenkind.

De gourmetrij bij de slager verdubbelt elk halfuur, gesprekken gaan over oud en nieuw ("Ga je nog vuurwerk afsteken?" "Ik klap wel in m'n handen, Lena"), over goede voornemens en alles wat beter wordt als we op 1 januari opnieuw beginnen.

De baan waarvan we gaan switchen, gezonde maaltijden die we zullen eten, woonkamers die we eens lekker opnieuw inrichten.

Met moeite staat de gitaarman op. Ik dwing mezelf hem toe te knikken. "Fijne dag," zeg ik zacht. Slingerend loopt hij bij me vandaan. De straat in. Een nieuw jaar in.

Hoeveel arrestaties zullen er komen? Hoeveel gedwongen tijdelijke opnames? Hoe vaak wordt hij weer de straat op geknikkerd, samen met zijn instrument? Het instrument dat hij almaar niet bespeelt. Ik steek voorzichtig mijn hand naar hem op.

Hij gromt.

Een losse snaar sleept over de stoepstenen.

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken. Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden