null Beeld Artur Krynicki
Beeld Artur Krynicki

‘Slikken of stikken.’ Zo heette de methode

PlusTinkebell

‘Slikken of stikken.’ Zo heette de methode. Hij werd toegepast wanneer de eerste aanpak niet werkte. Of, in mijn beleving, wanneer ik had gefaald in mijn eigen tactiek om de avondmaaltijd zonder kleerscheuren te doorstaan.

Het ging doorgaans zo. We zaten aan de tafel. Bij het opscheppen van het eten vertelde hij ons, kijkend naar de grote wandklok, hoe laat het over tien minuten was. Dán moesten de borden leeg zijn. Tot aan de laatste kruimel. De radio stond aan en tijdens het nieuws mocht niet worden gepraat. Daarna vertelde hij wat je die dag verkeerd had gedaan. Soms belden mijn opa en oma onaangekondigd aan. Die mochten weliswaar naar binnen, maar van aanschuiven was geen sprake: wachten moesten ze. In de voorkamer. In stilte. Tot het eten op was.

Maar dat eten, daar was soms iets mee. Soms, op slechte dagen, hadden we vlees. Gemalen of nog op het bot. Waar resten spier of kraakbeen in zaten.

Wegmoffelen onder mijn bord, dat lukte een enkele keer. Maar als mijn vader ook maar vermoedde dat ik poogde iets niet op te eten, was de zaak al verloren.

Slikken of stikken hield in dat ik het stuk kraakbeen in mijn mond moest stoppen. Met zijn ene hand op mijn keel en zijn andere hand voor mijn neus en mond gebeurde exact wat de naam van deze methode impliceert.

Nadat ik een keer (bijna) was gestikt, gaf ik over, over zijn hand die nog voor mijn mond zat. Wat ik hiervan leerde was dat ik moest vermijden in elkaar geslagen te worden terwijl ik nog aan de eettafel zat. Wegduiken was daar onmogelijk. De houten stoelleuning pijnlijk. Wijziging van tactiek was noodzakelijk.

Bij de eerste hap stopte ik voortaan direct het kraakbeen in mijn mond en verstopte het in mijn wang, achter mijn kiezen. Om het zo lang mogelijk na het eten (zeker een uur later zodat geen argwaan gewekt kon worden), op de wc pas weer uit te spugen.

Vorige week schreef ik op deze plaats naar aanleiding van de stijgende meldingen van kindermishandeling al over mijn eigen ervaringen. Ik pleitte toen voor een grote publiekscampagne en daar kwam veel respons op. Wat stel je dan voor, was de overkoepelende vraag.

Ze zeggen vaak ‘It takes a village to raise a child’. Maar wat een campagne zou moeten brengen is: ‘It takes a village to take care of a child.’

We leven in een land van wegkijkers. Uitbesteders aan een matig functionerende jeugdzorg. Een gemeenschappelijk gevoel waarin slechts uitersten bestaan: negeren of aangifte doen. Terwijl de meeste kinderen vooral gebaat zijn bij een veilige uitvalsbasis.

Gebruik je voelsprieten. Zet je deur open. Luister.

Voor kinderen zorgen doe je samen. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden