Opinie

'Slavernijverleden te rooskleurig in Rijksmuseum'

Het Rijksmuseum kan een voorbeeld nemen aan de manier waarop het Deense Nationaal Museum het slavernijverleden in kaart brengt, betoogt alumnus Europese studies Thomas Oostlander in dit opiniestuk.

Little Marie on Neky's arm, door N.P. Holbech in 1838. Te zien in het Deense Nationaal Museum Beeld Peter Danstrøm

Het afgelopen jaar is de gemeente Amsterdam begonnen met het bekijken van de mogelijkheden voor een slavernijmuseum dat het slavernijverleden van onze vaderlandse geschiedenis weergeeft.

Een van de argumenten voor zo'n slavernijmuseum is dat steeds meer geluiden opgaan van mensen die zich niet herkennen in de koloniale geschiedenis die de Nederlandse musea representeren. Kritiek die ook het Rijksmuseum in Amsterdam, als belangrijkste nationale museum van Nederland, zich kan aantrekken.

Als het gaat om het representeren van het Nederlandse slavernijverleden, moet het Rijksmuseum durven veranderen. Daarvoor zouden ze kunnen kijken naar de onlangs geopende slavernij-expositie van het Nationaal Museum van Denemarken. Een expositie die het afgelopen jaar veel lof heeft geoogst. Denemarken heeft net als Nederland een grote rol gespeeld in de trans-Atlantische slavenhandel.

De expositie is gecentreerd rond de individuele verhalen van de Afrikaanse slaven en de Deense slaveneigenaren. Zo wordt de vaak abstracte en globale geschiedenis toegankelijk gemaakt voor de bezoeker aan de hand van talrijke verhalen die zowel de gruwelijke realiteit van de slavenhandel maar ook het sociale leven op plantages onderschrijven.

Het unieke aan de expositie is dat de Deense conservatoren gebruikmaken van objecten uit het verleden om het verhaal van het individu te symboliseren en de bijgaande tekst te ondersteunen.

Afrikaans dansgewaad
Neem bijvoorbeeld het verhaal van Oly in de huidige expositie van het Deense museum. Als kind van twaalf jaar werd hij gevangengenomen in Afrika, verhandeld en getransporteerd naar de Deense slavenplantages.

Zijn verhaal wordt weergegeven door objecten die op het eerste gezicht weinig met elkaar te maken hebben maar uiteindelijk een indrukwekkend beeld geven van zijn leven.

Een voorbeeld hiervan is een Afrikaans dansgewaad uit de negentiende eeuw dat jongens droegen tijdens een ­ritueel om de overgang van kind naar volwassene te symboliseren.

Maar onder aan de voeten van het gewaad ziet de bezoeker een enkelketen, gebruikt om slaven gevangen te houden en te onderdrukken. Zo wordt duidelijk dat een jong Afrikaans kind door de slavenhandel niet alleen zijn vrijheid heeft verloren, maar ook zijn kans om, volgens zijn eigen cultuur, volwassen te worden.

­­Thomas Oostlander is alumnus Europese studies, en onderzocht voor zijn masterscriptie de representatie van het slavernijverleden in Deense en Nederlandse musea Beeld .

De Deense conservatoren durven ook verder te kijken dan alleen het presenteren van individuele verhalen en nodigen uit tot een maatschappelijk debat. De tentoonstelling confronteert de bezoeker met de gevolgen van slavernij die nog doorwerken tot op de dag van vandaag.

Het koppelt de huidige problemen van identiteitsverlies onder de bevolking van de voormalige slavenkoloniën aan de Deense slavernijgeschiedenis. Door het slavernijverleden op deze manier weer te geven krijgt het een passende plaats in de geschiedenis van een land.

Slaafeigenaren
Haar eigen succes brengt het Rijksmuseum daarentegen in een spagaat. Het beschikt over een rijke en bijzondere collectie met een expositiestijl die objecten met een hoge esthetische waarde centraal stelt.

Dit botst echter met het exposeren van het Nederlands slavernijverleden; een episode van onze vaderlandse geschiedenis die niet te vertalen is in objecten van hoge esthetische waarde.

De huidige expositie bevat op dit moment alleen voorwerpen die gemaakt zijn door en voor westerlingen. Zo zijn er tal van prachtige schilderijen die slaafeigenaren in al hun pracht en praal afbeelden of kleurrijke diorama's waar de plantagesamenleving als exotisch wordt gepresenteerd.

Maar het is niet in lijn met de historische realiteit van dat moment. De huidige expositie van het Rijksmuseum schetst een te eenzijdig en voornamelijk te rooskleurig beeld van het Nederlandse slavernijverleden.

Wil het Rijksmuseum daadwerkelijk gezien worden als nationaal museum waarin iedere ­Nederlander zich vertegenwoordigd voelt en waar de Nederlandse geschiedenis waarheidsgetrouw wordt beschreven, een doel dat directeur Taco Dibbits meermalen heeft benoemd, dan zou het de expositiestijl drastisch moeten omgooien.

Er moet meer tijd en ruimte komen voor het echte verhaal van de Afrikaanse slaven en hun nakomelingen in de voormalige slavenkoloniën van Nederland. Ook voor de gevolgen van het Nederlandse slavernijverleden voor onze huidige samenleving zou aandacht moeten zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden