Opinie

'Slavernijstudie geen exclusieve zaak voor zwarte Nederlanders'

Studie van het slavernijverleden is geen exclusieve zaak van zwarte Nederlanders. De tragische geschiedenis is van ons allemaal, aldus John Jansen van Galen.

Protest bij de herdenking in 2014 tegen de regering, die de zwarte gemeenschap slecht zou behandelen. Beeld Amaury Miller

Zaterdag wordt opnieuw herdacht dat Nederland de slavernij heeft afgeschaft. Het was tot nog toe een treurige geschiedenis van verdeeldheid, twist en veronachtzaming, met onmin en rellen bij het monument in het Oosterpark. Velen, vooral afstammelingen van slaven, bepleiten dat de herdenking een nationale aangelegenheid zal worden.

Mij lijkt dat een goed idee. Slavernij is een minstens even ingrijpende episode in onze vaderlandse geschiedenis als de Holocaust, waar in het laatste geval een buitenlander de instigator was, terwijl wij als slavenhandelaren en -houders zelf de voornaamste daders waren.

Er zijn voldoende nagenoeg betekenisloos geworden nationale feestdagen (tweede paasdag, Hemelvaartsdag, tweede pinksterdag) die zonder bezwaar ingeruild kunnen worden voor een nationale herdenking van de slavernij.

Het is een gezamenlijk gedeeld verleden en het zou goed zijn als daarvoor het model wordt gevolgd dat is bepleit door het Ninsee (Nationaal instituut Nederlands slavernijverleden en erfenis), dat echter werd afgeschoten uit wantrouwen en kinnesinne: aan de vooravond van 1 juli een bezinning over de slavernij, de volgende dag de vreugdevolle herdenking van de afschaffing ervan in 1863. Zoals wij het ook doen met 4 en 5 mei.

Culturele toe-eigening
Dan zou echter ook onderzoek naar en het gesprek over dat slavernijverleden door Nederlanders en afstammelingen van slaven in alle openheid moeten kunnen plaatsvinden.

Tot nu toe kan een witte Nederlander die zich wil verdiepen in een aspect van de slavernij (en ik kan er ruimschoots van meepraten) rekenen op een verbolgen afwijzing door zwarte Nederlanders: waar bemoeit hij/zij zich als witte eigenlijk mee?

Hij krijgt al gauw het verwijt dat hij zich schuldig maakt aan 'culturele toe-eigening' van het thema. Dit overigens zonder dat zwarte Nederlanders die dat verleden tot het hunne rekenen veel moeite doen het zelf nader te onderzoeken.

Het genoemde Ninsee bijvoorbeeld is vijftien jaar geleden met steun van de Nederlandse regering opgericht teneinde de 'bewustwording' van het slavernijverleden te bevorderen, maar vooralsnog is op dat gebied bedroevend weinig uit handen van het instituut gekomen.

Ongemakkelijke waarheden
De meeste studies over dit onderwerp komen nog altijd van het 'witte' Koninklijk Instituut voor Taal- en Volkenkundige Studies in Leiden, waarvan de directeur, Gert Oostindie, zelf ooit een prachtige studie schreef over de dagelijkse gang van zaken op de Surinaamse plantage Rozenburg. Volgens hedendaagse activisten is het echter nu eenmaal niet zijn verleden maar het hunne - alleen doen zij er niets mee.

Als we gezamenlijk het slavernijverleden onder ogen willen zien, moeten we wederzijds openstaan voor de mogelijkheid van ongemakkelijke waarheden. Professor Piet Emmer stelde ooit vast dat het rendement op slavenhandel geringer was dan wanneer de investeerders hun geld op de bank hadden gezet.

Je zou kunnen zeggen dat slavenhandel in dat geval nog erger was, omdat er ook nog eens weinig aan verdiend werd. In plaats daarvan kreeg Emmer een stroom van verontwaardiging over zich heen: hij had zich schuldig gemaakt aan geringschatting van de slavernij.

John Jansen van Galen, Schrijver en journalist. Beeld Homeira Rastegar

Hetzelfde overkwam de internationaal erkende deskundige Johannes Postma, een Fries die in de Verenigde Staten doceert en onderzoek doet.

Toen hij ooit in het Scheepvaartmuseum op grond van mogelijke dubbeltellingen poneerde dat door Hollanders wellicht vijf­duizend Afrikanen minder (op een half miljoen!) naar Amerika verscheept waren dan tot dan toe gedacht. Dat was, werd hem ingepeperd, een racistische bagatellisering van de slavernij!

Met een open geest
Surinamers en Antillianen kunnen als onderzoeker van het slavernijverleden geen voorrang claimen op grond van het feit dat hun voorouders slaven waren, evenmin als Hollandse onderzoekers gediskwalificeerd worden door het feit dat zij nazaten zijn van slavenhouders. Het komt hierop neer: als wij ons gezamenlijke verleden willen beleven, herdenken en onder ogen zien, zal dat van beide kanten met een open geest moeten gebeuren.

Dan moeten we elkaars gezichtspunten respecteren, elkaars waarheden erkennen. Want de geschiedenis is van ons allemaal.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden