Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki
Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

Sinds mijn val is mijn gestel ernstig roestig

PlusTheodor Holman

De ‘Gelateria’ is er nog. Verder is het middeleeuwse dorp, beroemd om zijn Etruskische kunst, door de toeristen zelf een hamburger geworden.

“Theo, wil jij een ijsje?” vroeg mijn vader op deze plek een mensenleven geleden. Ik kreeg een hoorn met vanille, chocola en slagroom en proefde een uithoek van de hemel waar gelukkige mensen moeten wonen.

“Ik weet hier een ijswinkel,” zeg ik tegen Saskia. Ik heb net mijn rijbewijs.

Ik zie haar likken en ik ben gelukkig en ik besef dat de hemel bestaat; onze woorden rijgen de dagen aan elkaar en onze harten kloppen synchroon, maar in de auto zit haar vriend met witte knokkels achter het stuur en achter hem mijn vriendin die over twee weken voor haar studie naar Amerika zal gaan en nog moet terugkomen.

“Jij ijs?” vraag ik aan Jetty, twintig jaar later op diezelfde plek.

“Ik wil naar het zwembad,” zegt ze.

Vanille, chocola en slagroom bestel ik voor mezelf, maar de hemel proef ik niet. Jetty is een mooie meid, maar ze wil niks. Ja, ze eet geloof ik alleen damesbladen. Ik mag ook niet aan haar komen, terwijl mijn hormonen langs mijn lichaam druipen.

“Ja, graag,” zegt Marianne weer een paar jaar later.

Ik lik en weet: dit is ze! Dit is de vrouw bij wie ik moet blijven. Maar alles in mijn leven is in de knoop geraakt en een chaos geworden. De vanille met chocola doet de puinhopen even vergeten. De lijst met beloftes die ik dan moet nakomen is lang. Ik heb nog een dochter, nog een vrouw, nog iets met drank en pillen dat moet worden geregeld, nog iets met een psychiater en angst en mijn wil is soms warm ijs.

En nu sta ik er weer.

Sinds ik een paar maanden geleden ben gevallen is mijn gestel ernstig roestig. Mijn vrouw moet me uit de auto duwen, want op eigen kracht doet te veel pijn. De vanille, chocola, slagroom opent weliswaar een stukje hemel, maar zorgt voor regen in mijn gemoed. Mijn vader zit me nog steeds dwars, terwijl ik dacht dat het over zou gaan.

Hij kon wel degelijk lief zijn. We hebben zelfs gelachen. Te weinig, helaas.

“We moeten verder,” zegt mijn vrouw.

Het is benauwd. In de verte zijn bliksemschichten.

“Kom, we moeten nu echt weg,” hoor ik, “hé, waar ga je naar toe?”

Ik bestel nog een vanille, chocola en slagroom.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden