James Worthy. Beeld Agata Nowicka

Sinds Greta Thunberg vertrouw ik jonge mensen

Plus James Worthy

In de lift van het ziekenhuis staan zoveel mensen dat je de lift kan horen zuchten. Eigenlijk had ik gewoon de trap moeten nemen, maar ik heb te veel Amerikaanse thrillers en actiefilms gezien om dat te doen. Alleen huurmoordenaars en ontsnapte criminelen zijn in de trappenhuizen van ziekenhuizen te vinden.

Het ziekenhuis telt negen verdiepingen en alle knopjes branden. Dit gaat lang duren. De deuren sluiten en iedereen kijkt elkaar aan. Niemand zegt iets. Ik sta naast een man die de doden wakker probeert te hoesten. Na het gehoest kijkt hij in zijn rechterhand. De man heeft zijn handpalm geplastificeerd met slijmachtig speeksel.

Een kleine jongen in een rolstoel speelt een spelletje op een goedkope tablet. Hij beweegt met zijn vingers over het scherm en lijkt te zijn vergeten dat hij ziek is. Zijn vader staat achter de rolstoel en ziet eruit alsof hij al heel lang niet meer kan vergeten.

Ik ben in het ziekenhuis voor een bloedonderzoek. Niets ernstigs, maar ernstig genoeg om door te blijven negeren. Veel kwalen kan ik opzij denken of verslaan door twintig uur per dag te slapen, maar vandaag heb ik witte jassen en microscopen nodig. Gewoon voor de ­zekerheid. Iemand moet even naar mijn bloed kijken en me vertellen dat het nog rood is.

Op de derde verdieping stapt de hoestende man uit de lift. Een jonge dokter stapt in. Witte gympen, blinkende stethoscoop. Hij neemt een hap van een proteïnereep. Vroeger vertrouwde ik jonge dokters niet, maar sinds Greta Thunberg vertrouw ik iedereen van boven de ­zestien die een betere plek van de wereld probeert te maken.

Het jongetje in de rolstoel steekt zijn armen in de lucht en schreeuwt dat hij van de computer heeft ­gewonnen. Iedereen in de lift applaudisseert. Iedereen behalve de vader. Hij staart een gat in de liftdeuren. De vader weet meer. Ogen zo glazig dat je ze in de glasbak mag gooien. Zijn kind rolt langzaam richting de ­afgrond.

Maar het jongetje is beresterk. Hij lacht om ons ­applaus en maakt een buiging zonder op te staan. Zijn lacht verraadt dat hij aan het wisselen is. De volwassen tanden komen door, maar het is de vraag of hij ze ooit mag gaan gebruiken. Het mensenlichaam is een mysterieus ding. Zijn lichaam is een dorp en zijn ziekte is een roddel. Sommige buurten zijn op de hoogte van de roddel, maar de gebitbuurt weet van niets. De nieuwe tanden kruipen langzaam uit zijn tandvlees. Klaar om een grote hap uit het leven te nemen. Ze weten van niets. Ongeluk zit in een kleine hoektand.

Twee uur later zit ik in de kamer van een dokter. Het ruikt er naar handalcohol en papieren handdoekjes die nat zijn geworden.

De dokter zegt dat mijn bloed niet rood genoeg is. Met een doosje ijzertabletten loop ik het ziekenhuis uit. Ik blijk voor de achttiende keer in mijn leven bloedarmoede te hebben. Mijn hart is helaas geen voedselbank.

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

Reageren? james@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden