Opinie

‘Screen élk nieuw bedrijf in de stad op zwart geld’

Huub Verweij betoogt dat de stad met Bureau Bibob niet alleen horeca moet screenen, maar ook andere bedrijven en woningaanbieders die op het succes van de stad afkomen. 

De Zeedijk in Amsterdam, een van de straten met kleine supermarktjes op dure locaties. Beeld Lin Woldendorp

De Wet Bibob is een (preventief) bestuursrechtelijk instrument. Als er ernstig gevaar dreigt dat bijvoorbeeld een vergunning wordt misbruikt, kan het bevoegde bestuurs­orgaan de aanvraag weigeren of de afgegeven vergunning intrekken.

Zo wordt voorkomen dat de overheid criminele activiteiten faciliteert en wordt bovendien de concurrentiepositie van bonafide ondernemers beschermd. Om de mate van gevaar te bepalen kan het bestuursorgaan een advies aanvragen bij het Bureau.

Tijdens het lezen van het artikel over de geldstromen in delen van de horeca (Het Parool van vorige week zaterdag) verbaasde het mij dat het allemaal zover heeft kunnen komen. Zwart geld, onduidelijke bronnen en investeerders: zaken die reeds meer dan twintig jaar geleden bestuurlijk al aan de orde waren en waartoe doeltreffende maatregelen werden genomen: de Wet Bibob.

Omdat ik destijds voorzitter van de brancheorganisatie Koninklijke Horeca Nederland (KHN) in Amsterdam was, heb ik met meer dan normale ­regelmaat met bestuurders, politici en ambtenaren op het stadhuis gesproken over maatregelen om oneerlijke concurrentie te voorkomen en om verkeerd geld in de branche te weren.

Vreemde zaakjes

Doordat onze stad de afgelopen jaren een toeristische hotspot is geworden van ongekende omvang, met als negatieve bijwerking dat pandjesmelkers en dubieuze investeerders ­bijna onmiddellijk hun gevaarlijke en kort­stondige verdienmodellen zien, verbaast het me dat deze discussie nu opnieuw oplaait. De teneur van het Paroolartikel lijkt op het opnieuw uitvinden van een handhavingswiel door nieuwe regels en opvolgende wetgeving.

Heeft bestuurlijk Amsterdam dan al die jaren een oogje toegeknepen, zijn er nieuwe mazen in een redelijk goede wet gevonden of is die wet niet of nauwelijks toegepast? Duidelijk is voor iedere Amsterdammer dat zaken niet kloppen in onze stad. Niet alleen in de horeca waar dit artikel op focust, maar ik denk dat iedereen zich weleens achter de oren krabt bij het zien van het zoveelste supermarktje op locaties waar reguliere detailhandelaars al lang geleden het bijltje erbij hebben neergegooid.

En dan de zoveelste keten die de plek overneemt in de mooie straatjes van de ‘normale’ ondernemer. Straatjes die dankzij goed beleid van bijvoorbeeld Nel de Jager als straatmanager en de lef van gewone ondernemers tot de prachtbuurt zijn geworden die we nu kennen. Een buurt die populair en interessant ­genoeg is voor de grote merken. De vraag is of die merken er ook het belang van inzien om met hun beleid rekening te houden met het grote geheel van de buurt; angstwekkend genoeg zie ik dat dit niet het geval is.

Betaalbare woonruimte

We zien het eveneens op de huizenmarkt, waar snelle geldverdieners en ook buitenlandse investeerders het beleid zijn gaan bepalen, waardoor ­onze jongeren de stad uit moeten als ze een beetje woonruimte willen hebben die nog enigszins betaalbaar is.

En dan heb ik het niet over jongeren die een beroep doen op sociale huurwoningen, maar juist over jongeren die op zoek zijn naar een redelijk betaalbare huur-of koopwoning. We zien het in de horeca en de detailhandel, waar huren zijn verzoveelvoudigd en normaal ­ondernemen er niet meer bij is.

Huub Verweij. Oud-voorzitter KHN Amsterdam en oud-gemeenteraadslid. Beeld Reinier van der Aart

En we zien het in de financiële wereld, waar men geen interesse meer heeft in kleinere initiatieven die een paar ton extra krediet nodig hebben; ze worden met allerlei smoezen afgewezen, waarbij de banken steeds maar naar de overheid wijzen en de overheid zich al helemaal niet echt inzet voor deze groep. Terwijl het geregeld gaat om kleinere initiatieven, die kunnen doorgroeien tot familiebedrijven, een rijkdom die onze economie altijd als kurk heeft gezien om in crisissen op te kunnen blijven ­drijven.

Overigens is de explosieve huurverhoging in populaire steden schering en inslag. Zie bijvoorbeeld Barneys in de VS, dat faillissement heeft aangevraagd vanwege de hoge huren.

Kleine ondernemers

Ik ben geen grote voorstander van een overheid die tot in detail alles wil bepalen, ik ben een ­liberaal die vertrouwt op de inzet van mensen om van hun leven en dus ook van hun omgeving iets goeds te willen maken. Vrijheid in ­verantwoordelijkheid is daarom de basis van gezond liberalisme.

Die verantwoordelijkheid lijkt nu weg te vallen, omdat het alleen maar vrijheid voor eigen ­gewin lijkt te worden – en daartegen heeft de overheid haar taak te vervullen. De gemeente past nu een eigen screening toe voordat ze een screening aanvragen bij Bureau Bibob. Ik vind dat prima, maar het lijkt me dubbelop: als ­Bureau Bibob goed functioneert, dan zou dat zelf die selectie kunnen maken. Maar de inzet is in elk geval prima, nu nog kijken wat het ­oplevert.

Focus daarbij niet alleen op de horeca, maar op alle aanvragen van nieuwe bedrijven in de stad. En zorg dat er ook in de huizenmarkt een betere screening komt. Wellicht valt er daarnaast een plan te bedenken waardoor met ­name in de kleinere winkelpanden weer ondernemers komen die de stad beter maken. De stad schreeuwt om meer en eerlijke acties om de ­balans terug te vinden. Ik denk dat een kordaat bestuur daar de handen wel voor op elkaar krijgt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden