Opinie

‘Schrik niet van een paar blote billen, accepteer de onzekerheid’

Fidessa van Rietschoten vraagt zich in de discussie over inclusiviteit af: als musea het iedereen naar de zin proberen te maken, waar staan ze dan nog voor?

Edgar Degas: Badende vrouw (1886). Beeld Van Gogh Museum

Vorig weekend was directeur van het Van Gogh Museum Emilie Gordenker te gast bij Buitenhof. Haar vage antwoorden op de vraag of een pasteltekening van een naakte badende vrouw (Edgar Degas, 1886) nog in een museum thuishoort, deden veel stof opwaaien. Tevens was het voor mij de zoveelste bevestiging dat veel musea gaan inspelen op de ‘geëmancipeerde toeschouwer’.

Ik schaar hier een groeiende groep museumbezoekers onder die er een eigen set aan zogenoemde ‘artistieke conventies’ op nahoudt over wat kunst zou moeten zijn. Wanneer deze esthetische conventies worden geconfronteerd met onbekende conventies, slaat dit door in een aanval op hun moraliteit.

De huidige kunstwereld heeft, net als kunstwerelden van eeuwen geleden, heersende artistieke conventies. Dit is een veranderlijke, esthetische vormentaal die tot stand komt door een onbewust proces van consensusvorming tussen partijen die nauw betrokken zijn bij de kunstwereld: curatoren, galeriehouders, kunstcritici, musea en het museum bezoekende publiek. Binnen deze groepen is er min of meer een ruwe consensus over wat kunst is.

De kunstwereld bestaat op den duur ook uit verschillende groepen deelnemers die een ander deel van het totaalpakket aan heersende conventies kennen. Het is dus ook logisch en gezond voor het kunstdebat dat niet iedereen die een museum binnenloopt, de werken die er hangen meteen onder de noemer kunst schaart.

Zichtbare tieneronderbroek

Een kunstwerk wordt onderwerp van discussie wanneer een deel van het publiek bepaalde vormen niet of niet meer herkent en dus niet kan plaatsen in zijn persoonlijke set van artistieke conventies. Een stadium van smaakonzekerheid treedt dan op. Kan ik dit nog zien als kunst?

Het risico wordt dan groter dat er vervolgens niet meer gemeten wordt met esthetische conventies, maar met ethische conventies: de huidige moraal. Een blote borst of zichtbare tieneronderbroek wordt dan al snel beschreven met termen als ‘voyeuristisch’, ‘seksistisch’ of ‘vrouwonvriendelijk’. Wat afbrokkelt of geheel afwezig is bij deze groep, is het ‘belangeloos welbehagen’: het vermogen om objecten op louter esthetische wijze te beoordelen.

Fidessa van Rietschoten. Afgelopen zomer afgestudeerd aan de UvA in erfgoed­studies, met als masterscriptie Het ongemakkelijke museum.

Het museum wordt vaak nog gezien als een ivoren toren: de professionele autoriteit op het gebied van kunst. Misschien uit een bepaald schuldgevoel of vanuit commerciële motieven gaan musea inspelen op de ‘geëmancipeerde toeschouwer’, een begrip van de Franse filosoof Jacques Rancière.

Hij duidt hier op pogingen van kunstenaars om het publiek meer bij een kunstwerk te betrekken, zodat de toeschouwers zich eman­ciperen tot actieve leden van de kunstwereld in plaats van passieve aanschouwers: ‘Het publiek is een onbestemde massa geworden: in principe zou het om het even zijn wie een boek of een schilderij onder ogen kunnen krijgen.’

Moraliteitstoets

Musea streven tegenwoordig naar hetzelfde idee. Het publiek kan en moet – nu museale subsidies zijn gekoppeld aan diversiteit – iedereen zijn. Musea lijken er niet meer vanuit te mogen gaan dat alle bezoekers vanuit belangeloos welbehagen getoonde werken kunnen zien. De kans op de moraliteitstoets neemt toe en in mijn ogen staat elk schilderij dat tegenwoordig een beetje schuurt al snel met 1-0 achter.

Maar als musea het iedereen naar de zin proberen te maken, waar staan ze dan nog voor? Dat vroegen ze zich in september ook af in Kioto, tijdens de jaarvergadering van de Internationale Raad van Musea (ICOM). Ruim 70,4 procent stemde in met de motie om de stemming over een nieuwe definitie van museum uit te stellen tot de volgende jaarvergadering.

Ik schat de kans groot dat ook toekomstige definities achter de feiten aan lopen en de huidige veranderingen in de kunstwereld maar nauwelijks kunnen bijhouden, laat staan kunnen vangen in een definitie van vijftig woorden.

En aan de museumbezoeker die gekrenkt is in zijn of haar moraal door een blote bil, adviseer ik: accepteer de smaakonzekerheid en beoordeel een werk op basis van esthetische kenmerken en schiet niet door in het ethisch toetsen van een creatie van de vrije geest. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden