Nico Dijkshoorn. Beeld Artur Krynicki
Nico Dijkshoorn.Beeld Artur Krynicki

Schrijven is een linkse hobby, maar ik heb het ook niet makkelijk

PlusNico Dijkshoorn

Laat ik om te beginnen zeggen dat het vreselijk is voor alle restauranthouders, glasblazers, circusartiesten, doorbrekende bandjes, Marco Borsato en mijn buurman van drie huizen verder. Ik wil hier ook benadrukken dat ik tegen de opwarming van de aarde ben, dat ik droom van Groningers die een stoofschotel op inductie gaar pruttelen en dat het sowieso, wat er verder ook nog allemaal voor rampspoed over ons wordt uitgestort, voor Gordon het allerergst is. Maar even onder ons, zonder een oordeel te vellen over wie dan ook: ik heb het ook niet makkelijk.

Het zit zo. Ik ben een boek aan het schrijven en nu moet ik daar, dat zal je net zien, research voor doen. Dat is nieuw. Al mijn andere boeken heb ik zorgeloos bij elkaar verzonnen. Mijn koninkrijk was een schrijftafel. Ik ging zitten, keek naar mijn bewegende vingers en daarna was ik benieuwd wat voor boek ik nu weer had getikt.

Nu, midden in de pandemie, leveren mijn handen me een laffe streek. Ze willen naar het Rijksmuseum te Amsterdam omdat ze anders niet verder kunnen schrijven. Er hangt een schilderij waar ik de verf van moet zien. Neus erbovenop, kijk, er zit een hondenhaar uit 1896 in de linker benedenhoek.

Ik heb daar nooit eerder last van gehad. Hoe langer ik thuis schreef des te groter werd de buitenwereld. Nu ligt dat anders. Ik kan pas verder als ik samen met drie wildvreemde mensen naar dat schilderij heb gekeken.

Ik wil horen wat ze zien.

Normaal gesproken zou ik dat verzinnen. ‘Kijk, Jo, die man met die hoed op, met die kaars in zijn hand, die lijkt sprekend op Tante Dienie. Zelfde lip.’ Of ik zou een vrouw het volgende laten zeggen: ‘Wat ik zo raar vind is dat al die mensen op dit schilderij dood zijn. Kijk ze lekker lopen. Ze wisten het nog niet. Die jongen rechts, met dat hondje, kijk hem leven. Morsdood nu. Een verzameling botten in de natte klei.’

Maar nu – en ik vertel u later wel waarom – kan dat niet. Ik moet er echt naartoe en ik moet van levende mensen horen wat ze van dat ene schilderij vinden. Daarna kan ik pas verder.

Dat is dus heel erg. Natuurlijk realiseer ik mij dat schrijven een linkse hobby is en ik bied nogmaals mijn excuses aan. Alle eigenaars van een souvenirwinkel of een kermiskraam, high five! Maar ik ben ook niet te benijden. Wil ik me eindelijk eens verdiepen in schoonheid, hangen ze sloten aan de voordeur.

Nico Dijkshoorn schrijft twee keer per week een column voor Het Parool, en spreekt zijn bijdragen ook in.

Reageren? n.dijkshoorn@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden