Lale Gül. Beeld Artur Krynicki
Lale Gül.Beeld Artur Krynicki

Schoolles in de moedertaal? Partijen die dat willen, houden allochtonen moedwillig klein

PlusLale Gül

Lale Gül

Taal is macht. Dat had ik al snel door tijdens mijn puberteit. Ik observeerde dat wie in het dagelijks leven een gebrekkig vermogen heeft om zich uit te drukken, daar continu op wordt afgerekend. In de eerste plaats zag ik dat bij mijn ouders, die de Nederlandse taal niet machtig zijn.

Het tegengestelde zag ik ook: iemand die verbaal begaafd is, kan mensen overtuigen, ook als hij pure quatsch verkondigt. Tijdens spreekbeurten voor de klas en mondelingen over de vijftien boeken die je gelezen moet hebben in de bovenbouw bijvoorbeeld. Die gaan sommige scholieren makkelijk af met minimale inspanning; soms zelfs zonder dat ze daadwerkelijk de boeken gelezen hebben.

Ook in het vervolg van je levensloop zijn verschillen tussen mensen met en zonder gave voor taal zichtbaar. Bij fundamentele zaken als stages, sollicitatiegesprekken, motivatiebrieven, relaties en eventuele kinderen die je opvoedt, is goede en zuivere communicatie de sleutel.

Taal kan zelfs een sterk wapen zijn in de strijd voor vrijheid; in mijn geval de vrijheid als individu in een collectief dat elke kans op individuele ontplooiing smoort. Veel lotgenoten complimenteren mij in hun berichten met de manier waarop ik mijn problemen en gevoelens heb geboekstaafd; een gift die hun, naar eigen zeggen, zelf niet deel mocht zijn.

Taal is ook enorm polariserend. Mensen die niet dezelfde taal spreken, zijn geneigd parallel langs ­elkaar heen te leven, wat ervoor zorgt dat scheids­lijnen ontstaan tussen etnische groepen.

Die onzichtbare en afgescheiden gemeenschappen voelen ook een grotere kloof met de overheid, omdat ze brieven, persconferenties en kranten niet begrijpen. Voor hun voorlichting zijn ze afhankelijk van hun kroost, dat hun net zo goed kan vertellen dat ze de vaccinatieoproep in de prullenbak mogen gooien, met de brief voor het rapportgesprek op school het liefst erbij. Of dat ze hun dure merk­kleding en auto gewoon verdiend hebben met hard werken in de supermarkt.

Iemand die gebrekkig Nederlands spreekt of een zwaar Haags of Rotterdams accent heeft, wordt vast niet aangenomen als medewerker van een klantenservice. De stadsdelen met de meeste laaggeletterdheid zijn ook de stadsdelen met de meeste werkloosheid. Een niveauverschil in taal zorgt dus de facto voor ongelijkheid.

Dit wetende, maakt het me enorm boos als ik lees dat GroenLinks nota bene, samen met Denk, een voorstel in de gemeenteraad heeft ingediend om leerlingen lessen aan te bieden in de moedertaal.

Buiten dat het praktische bezwaren schept – wat te doen met klassen waarin wel negen moedertalen voorkomen? En waar haal je in godsnaam de leraren vandaan die deze talen machtig zijn, terwijl er al een chronisch tekort is aan basisschooldocenten? – wil ik me de haren uit mijn hoofd trekken omdat het zo bezopen is dat men derde- en vierdegeneratieallochtonen vooral een grotere afstand tot de Nederlandse samenleving wil geven, en zo klein wil houden.

Waarom wil GroenLinks dan niet de Nederlandse dialecten stimuleren en accenten bemoedigen? Waarom denken ze dat bijles in de Nederlandse taal geen oplossing is?

Lale Gül schrijft elke week een column voor Het Parool. Lees al haar columns hier terug.

Reageren? l.gul@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden