Plus

Schooldag zonder reistijd

Femke van der Laan.Beeld Artur Krynicki

Ik ben onderweg en kom langs de hijskraan die zo hoog is dat ik me duizelig voel als ik omhoogkijk. Het is al bijna helemaal licht buiten, maar op de hijskraan, aan de uiteinden en in het midden, knipperen nog drie rode lichtjes. Hij beweegt langzaam, elke keer als ik mijn hoofd in mijn nek leg, zijn er twee rode lichtjes een klein stukje opgeschoven. Ik kijk naar de cabine. Hij is te hoog om goed te kunnen zien.

Eerder deze ochtend had ik ook naar de hijskraan gekeken, toen ik de middelste wakker maakte. Het was schooldagvroeg, maar dan zonder reistijd. Ik was even op haar bed gaan zitten, in het donker, op zoek naar haar hoofd, en daarna was ik opgestaan en had leunend tegen haar bureautje een rolgordijn omhooggedaan om het wat lichter te maken. Buiten gloorde er nog niets, maar in het licht van de stad kwam wel haar hoofd tevoorschijn.

In de verte, boven de huizen, boven de gebouwen, zag ik de hijskraan. Er knipperden drie rode lichtjes in de lucht. De hijskraan stond nog stil. Er leek wel al licht te branden in de cabine, maar helemaal zeker was ik er niet van. Misschien was iemand bezig naar boven te klimmen, werkdagvroeg, maar nog met reistijd.

Ik keek naar het bureautje van de middelste, naar wat er allemaal op stond. Boeken, plantjes, een foto van haar vader, pennen, een pot met kerstlichtjes, een lamp die sterren kan projecteren in alle kleuren, een getekend affiche van een vrouw met driehoekige schouders, kaarsjes, haarelastiekjes, ook in alle kleuren, en tussen dat alles haar laptop, waarop ze straks naar school zou gaan. Ik had geglimlacht om hoezeer ze nog van spulletjes houdt.

“Waarom lach je?” vroeg het hoofd.

Het licht van de stad had ook mijn hoofd tevoorschijn laten komen. Ik had weer naar de hijskraan gekeken, in de verte, naar de cabine waar misschien wel of misschien niet licht brandde, en ik had me afgevraagd hoe het er daar van­binnen uit zou zien. Of daar misschien iemand zat die ook van spulletjes hield. Iemand die zijn cabine had volgestouwd, met plantjes en foto’s en een pot met kerstlichtjes en een affiche van een vrouw met ronde schouders, en die tussen dat alles aan het werk ging.

“Waarom lach je?” vroeg het hoofd weer.

“Ik kijk naar een hijskraan.”

Het hoofd had zich nog even omgedraaid.

Ik kijk naar boven, naar de cabine, en voel me weer duizelig. Achter het glas, hoog in de lucht, zie ik lichtjes branden.

Femke van der Laan is journalist. Wekelijks schrijft ze een column voor Het Parool. Lees al haar columns hier terug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden