Jaap de Groot. Beeld Artur Krynick

Schöne vertrekt door de voordeur, en dat is deze fijne Ajacied gegund

Plus Jaap de Groot

Een topclub ben je niet alleen in het veld, ook daarbuiten. Daarom is het mooi hoe Ajax Lasse Schöne door de voordeur naar Genua laat vertrekken. De terechte beloning voor een speler die het maximale uit zijn carrière haalt en zijn ego altijd ondergeschikt aan het teambelang maakt. Hoe moeilijk dat soms is.

De 33-jarige Deen is het voorbeeld van een speler met heel specifieke kwaliteiten, die op de juiste ­manier benut moeten worden. Op de helft van de tegenstander zijn traptechniek en passing wapens, op zijn eigen helft maakt vooral zijn beperkte duelkracht hem kwetsbaar. Voor coaches is het de kunst om Schöne ook dan in zijn comfortzone te houden. Dat het positiespel zo wordt uitgevoerd dat hij verdedigend vanuit zijn kwaliteit kan blijven voetballen.

Dat is, vooral tijdens wedstrijden op hoog niveau, niet altijd goed gegaan en dan was Schöne vaak de pineut. Doordat, in tegenstelling tot Barcelona en Manchester City, bij Ajax de centrale middenvelder niet in de punt naar achteren speelt maar naar voren (Donny van de Beek).

Dit brengt risico’s met zich mee als de tegenstander druk naar voren zet. Dan is een goede afstemming tussen de vier verdedigers en twee resterende middenvelders essentieel. Daar gaat het bij Ajax ­regelmatig fout, met gevolgen voor iemand als Schöne, die dan in de mandekking wordt gedwongen en duels moet aangaan.

Hij was daarom vaak de barometer van het positiespel bij de Amsterdammers. Als Schöne kwam te zwemmen, dan zat het positioneel vaak mis. Maar vulde iedereen het wel in zoals het moest (Bayern München uit), dan maakte het niet uit of de Deen voor- of achterin liep.

Het was fascinerend om te zien hoe coaches als Peter Bosz, Marcel Keizer en Erik ten Hag soms worstelden om Schöne zo te gebruiken dat onder ­alle omstandigheden het beste uit hem kon worden gehaald.

Dat ze daar bij Ajax nog altijd niet uit zijn, werd weer duidelijk tegen Paok. Doordat Van de Beek ook in Saloniki in de punt naar voren speelde, moest er tussen de overige twee middenvelders en het verdedigingscentrum continu sprake zijn van juiste afstemmingen in de driehoek Martínez, Schuurs en Blind of Mazraoui.

Bij vooral de 1-1 ging dat goed mis. Van een ‘driehoek’ was geen sprake, laat staan dat op de elftalas de linies kort bij elkaar stonden. Het centrale duo Martínez/Schuurs hadden totaal geen oog voor de onderlinge afstand met Blind/Mazraoui en holde achteruit, met een gapend gat in de elftalas tot gevolg. Intussen stonden Blind en Mazraoui erbij en keken ernaar.

Dit soort situaties zouden ook Lasse Schöne nekken. Daar zal hij bij Genua minder last van hebben. Met al die Italiaanse verdedigers in zijn rug kan hij permanent in zijn comfortzone blijven voetballen.

Het is deze fijne Ajacied gegund.

Jaap de Groot schrijft wekelijks een column over sport voor Het Parool. Reageren? j.degroot@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden