Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

Schlagerzangers Rutte & De Jonge zwoegden op jip-en-janneketaal

PlusTheodor Holman

Zouden ze een communicatiedeskundige hebben geraadpleegd, de schlagerzangers Rutte & De Jonge?

Ik denk het wel. Ik zie het niet.Ligt dat aan hen?

Beiden zwoegden op de jip-en-janneketaal (elke keer als Mark Rutte even naar de hemel staart, doet hij snel een schietgebedje gericht aan Annie M.G. Schmidt), maar je merkte – vooral bij Hugo de Jonge – dat zijn zinnen zich weliswaar gedragen als koddige kabouters, maar dat die toch af en toe verdwalen in het Grote Bos.

Hun boodschap bestond uit het opblazen van ballonnetjes voor een kinderfeest dat niet doorgaat. En het virus gedraagt zich als een speld op zoek naar zo’n ballon.

“Mogelijk X, maar dan moet wel Y. Mogelijk versoepeling, maar dan wel minder besmettingen. Mogelijk een gezellige kerst, maar dan moet wel het reproductiegetal ernstig naar beneden.”

De boodschap van de zangers – het schiet godverdomme niet op, dames en heren, en dat komt omdat u zich niet aan die klote­regels houdt! – kon niet anders dan dubbelzinnig en onvolledig zijn.

De communicatiedeskundige had ze vermoedelijk opgedragen het Nederlandse volk te behandelen als een jong hondje. Althans, toen ik destijds de hondentraining met Moor volgde kreeg ik te horen: “Straf hem niet, maar beloon hem als hij iets goed doet.”

Rutte & De Jonge deden daarin echt hun best en begonnen te vertellen dat wij braaf waren, maar voor het karige snoepje dat we vervolgens kregen (terug naar dertig mensen in theater en bioscoop, en we mogen nu drie gasten thuis ontvangen) zou ik ook geen pootje hebben gegeven.

Communicatiedeskundigen – een verzonnen beroep van geleerden die vergeefs proberen het tekort aan beschaving op te vullen met eenvoudige regels van fatsoen. Wil je advies van een echte communicatiedeskundige, vraag dan een lid van de huishouding van de Tweede Kamer hoe je iets moet zeggen, en je krijgt de juiste informatie.

Na de persconferentie meldde het Journaal dat steeds minder mensen gevaccineerd willen worden. Ze vertrouwen het vaccin niet, of ze vinden het niet nodig.

Je kunt zieken laten zien, gescheurde longen, zorgmedewerkers die niet weten waar ze het zoeken moeten van vermoeidheid en verdriet, ouderen die alleen moeten sterven – het maakt allemaal niks uit. Het vaccin vindt men lastiger dan het virus.

Wanneer men morgen een vrijwilliger zoekt om het vaccin te testen, wil ik dat zijn. Juist omdat ik genoeg heb van vriend covid. En eigenlijk ook omdat ik onze schlagerzangers te hulp wil schieten.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden