Thomas Acda. Beeld Artur Krynick

Schiet mij maar in een ballonnetje

Plus Thomas Acda

Mijn verhouding tot het Amsterdamse dialect is op zijn zachtst gezegd ambivalent.

Als kind in een fantastisch boerendorp wilde ik toch heel graag dat men wist dat ik in Amsterdam ben geboren. Het leek me kosmopolitischer, zonder het woord zelf te kennen. Toen ik aangenomen werd op de toneelschool, zei de directeur: “Je bent welkom, maar je moet extra taallessen volgen om dat Amsterdams eruit te krijgen.”

“Tuu’lek, begraapik. Lllogiess!” antwoordde ik en we zagen allebei de lange weg die ik te gaan had opdoemen.

Mijn familie praatte absoluut niet plat, maar gebruikte door haar Mokumse afkomst wel geweldige uitdrukkingen. “Ga jij eens fietsen stelen op het Damrak.” Wat je ook doet, doe het niet hier, ik ben bezig, betekent dat. “Dat je zo licht danst.” Kan twee dingen betekenen. Of jij vroeg: ‘Wat?’ maar het was niet voor jou bedoeld. Of: het is niet belangrijk, laat maar. “Leo is boswachter van het afgebrande bos.” Heeft even tijdelijk geen werk, die Leo. “Kejij niet in een hutje op de Mookerhei gaan zitten?” Naar de Mookerhei zelf afreizen is niet nodig, het betekent gewoon: wieberen. Wat weer ophoepelen betekent.

Later ging ik ze opzoeken, luistervinkte ik uitdrukkingen in de kroeg.

“Krijg nou tieten!” “Krijg de bloedpoep!” Denk niet dat het hier daadwerkelijk om een advies voor het nemen van implantaten, dan wel pijnlijke diarree gaat. Het is een uiting van verbazing. Waar je schaars mee om moet gaan en je het juiste publiek voor moet kiezen.

Daniël Lohues, een vriendelijke bevriende muzikant uit het oosten, heeft na een bezoek nog wekenlang onbevangen half Amsterdam de bloedpoep dan wel tieten gewenst, omdat hij dacht dat het weliswaar grove maar voor ons gewone begroetingen betrof. 

“Schiet mij maar in een ballonnetje.” Ik snap er niets van.

Mijn all time favourite is die van de buurvrouw toen er twee ballen voor onze deur aan het opscheppen waren over hoeveel geld ze hadden verdiend. Luidkeels en toch achter in de keel. Ar-ar-ar-ar. Ik hoorde het typerende geluid van een omhoog geschoven raam en toen de altijd subtiele originele bewoonster van onze wijk:

“Jongens, kenne jullie niet ergens anders die aardappelen droog gaan gorgelen?”

Overigens schrijf ik dit met de rustige hiphop van Aries sportschool, omdat ik er thuis uit gemieterd ben met de zinsnede: “Gaan we doen, vader? Kaarten of takkenbossen?” Ik weet eerlijk gezegd niet precies wat het betekent, maar mijn vrouw maakte vrij duidelijk dat wat haar betrof geen van beide handelingen binnen haar gezichtsveld gebezigd diende te worden. Soms hoef je alleen maar iemands lichaamstaal te lezen.

Thomas Acda (1967) is zanger en acteur. Voor Het Parool beschrijft hij wekelijks zijn observaties van ‘de’ Amsterdammer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden