Plus Column

Schielijk en stiekem, het is geen sjans, ze is boos

Thomas Acda Beeld Wolff

In de metro kijkt een meisje soms schielijk naar mij. Dat is een woord, schielijk. Schielijk en stiekem. Het is geen sjans, ze is boos. Ik krijg een blik die je normaal alleen in fillums ziet. Films waarin bijvoorbeeld een kapitein van een piratenschip naar de leprozen kijkt die hij op het kennelijk toch niet zo verlaten eiland aantrof. Of de blik van een rechercheur bij een waterlijk.

Geen idee waarom ze boos is. Ik knik vriendelijk. Ze haalt haar neus op. Nuf. Nee, dit wordt geen verkering. Het is woensdagochtend en omdat er eindeloos gesproken is dat vandaag, de vierentwintigste, de warmste vierentwintigste januari ooit/ever/van de eeuw gaat worden, zijn de cijfers 24 nogal vaak in beeld geweest en ben ik in de verkeerde veronderstelling ­gekomen dat het 24 graden gaat worden. Ik ben te licht gekleed.

Nu zwem ik tegenwoordig. Boksen ging goed, maar die ander gaat dan ook boksen en dat deed te veel pijn. Ik ben hier op aarde toch voornamelijk voor mijn plezier. Boksen werd zwemmen. Resumé: ik heb het koud, zweet nog na van de hete douche en zie in het raam dat ik er niet op mijn ­florissantst uit zie, met die rommelige Fiddler-baard vol druppels in mijn dunne Adi-jasje. Ik kijk ook boos naar mij. Een grapje.

Lacht ze? Nee. Weer die nuffige neus. ­Prima meid. Ik pak mijn telefoon en zie in de sport-app dat ik 1475 meter borstcrawl heb gezwommen, en 25 meter onbekend. Onbekend? Wat voor beweging heb ik 25 meter lang gemaakt die onherkenbaar bleek?

Ontwijken van andere zwemmers is geen officiële beweging, kennelijk. In dezelfde baan als ik maakte een dame bij elk keerpunt zo'n snelle, octopus-schiet-wegachtige draai. Heb ik ook weleens geprobeerd, maar ik kwam dan vaak zo overdwars in de andere baan weer boven dat ik daar maar mee ben opgehouden.

De dame van vanochtend kon het niet veel beter, maar schopte bovendien steeds haar voeten zo boven water uit dat ik net zo goed had kunnen blijven boksen. Ik had er wat van gezegd. Uit lijfsbehoud. Het werd bijzonder slecht opgevat en ze was een andere baan onveilig gaan maken.

Het nuffige meisje staat op. Ik krijg nog een boze blik en dan verlaat ze met een dramatische draai het treinstel. De man op het stoeltje naast de deur krijgt haar tas vol in zijn gezicht. Op het perron zet ze een muts op en dan herken ik haar. De trein rijdt even voorzichtig met haar mee en schiet dan weg. Die kent haar ook langer dan vandaag, kennelijk.

Thomas Acda (1967) is zanger en acteur. Voor Het Parool beschrijft hij wekelijks zijn observaties van 'de' Amsterdammer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden