Roos Schlikker Beeld Oof Verschuren

‘Schat, je bent een kapotje op pootjes’

Plus Roos Schlikker

“Zo! Da’s een hoop.”

“…”

“Hé lieverd, ik lees hier dat afgelopen twee decennia het aantal vijftigjarige huwelijken verdubbeld is. Meer dan 52.000 stellen zijn zo lang getrouwd. Veel, hè?”

“…”

“Aaaah. Mensen die een halve eeuw tegen elkaar aankruipen. Ik vind dat zo’n lief idee. Toch?”

“…”

“Hállo! Ik word steeds onzichtbaarder in dit huis. Hé! Hoor je mij?”

“Zeg, ik zat te denken. Moeten wij niet overstappen op led?”

Het is ochtend en ik wapper mijn echtgenoot de krant in zijn gezicht, maar zijn ogen staan dromerig. Ik zucht. 

Hoewel wij de vijftig jaar samen nog niet naderen, vind ik het een opperbeste prestatie dat mijn Frans-Canadees en ik al heel lang gelukkig getrouwd zijn.

Niet vanwege ons leeftijdsverschil (elf jaar) of het feit dat we een andere moedertaal hebben overigens. “Geen idee wat hij zegt, daarom gaat het zo goed tussen ons,” zeg ik soms bij wijze van slechte grap, waarna hij vrolijk Frans-Nederlands doororeert met alle linguïstieke misverstanden van dien. (“Ik ga even de asperges schilderen.” “Zou ik niet doen, lief.”)

Knelpunt is echter dat wij karakterologisch enorm verschillen. Ik, de praterige rommelkont, fobisch voor praktische zaken. En hij, altijd bezig iets te verstellen, vertimmeren, verhelpen of te vermaken. Dus neust hij op websites vol vreemdvormige peertjes die al dan niet in de kroonluchter passen. Ik let er amper op, hij scharrelt wel vaker zo door het huis.

In tegenstelling tot de politiek die zich voortdurend laat overvallen door lastige kwesties (“Stikstof? Huh? En hè, lekkend windmolengas? Hou op met me”), dan wel ze stelselmatig ontkent (bonnetjes) en dat Opsteltiaans ‘suboptimaal’ noemt, lost mijn echtgenoot problemen op nog voor ze er zijn. Hij houdt graag de controle, ook over kleine zaken.

Zo wordt zijn regenfobie steeds erger. Hij had al een enorme ijzeren staaf op zijn fietsstuur waar hij een plu in kon schuiven en was ook reeds voorzien van een perfect afsluitend vacuümzuigend regenpak. Maar deze middag staat hij voor me met nieuwe accessoires. Plastic schoenhoesjes. Buiten miezert het licht.

“Schat,” proest ik. “Je bent een kapotje op pootjes.”

“Wat is een kapotje? Laat maar. Ik denk dat ik de perfecte verlichting heb gevonden.” En weg is ie. Om uren later terug te komen. Hij begint te schroeven, te draaien, te wiebelen op een laddertje. Ik mopper omdat ik verplicht in het duister zit. Eindelijk is hij klaar en mag ik de eettafellamp aandoen. De woonkamer baadt in een feloranje gloed, zo sterk dat in vergelijking met ons huis Zonnecentrum Ibiza een donkere grot lijkt. “Kijk! Led!”

Het licht vormt een krans rond zijn stralende hoofd en plotseling zie ik het: het geheim van een goed huwelijk is accepteren dat je elkaar soms niet verstaat. Ik kruip tegen hem aan en glimlach. Want ik ben niet meer onzichtbaar. En dit licht gaat zeker vijftig jaar mee.

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken. Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Reageren? r.schlikker@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden