Opinie

'Schade door overheidscommunicatie is groot'

Het is de hoogste tijd voor een gesprek over de schade die overheidscommunicatie aanricht, betoogt Hans Siepel. Het manipuleren om reputaties op te vijzelen moet stoppen.

Soms merkt de Tweede Kamer dat fouten zijn weggepoetst, maar dat gebeurt volgens Siepel te weinig. Beeld ANP

Geen nieuwsconsument kijkt er meer van op. Dit keer was het een kritisch onderzoeksrapport over ambtenaren op het ministerie van Justitie en Veiligheid die de onafhankelijkheid van onderzoeksinstituut WODC beschadigd hebben.

De bevindingen van de onderzoekscommissie zijn niet mals. Ambtenaren probeerden het wetenschappelijk onderzoek te beïnvloeden. Ruim een kwart van de WODC-onderzoekers heeft de afgelopen twee jaar met zulke ongewenste beïnvloeding te maken gehad. Dat ­gebeurde vooral bij onderzoek naar politiek ­gevoelige onderwerpen.

Dit gaat volgens een vast patroon: pogingen om onderzoeksvragen en -methoden te veranderen en eindconclusies te manipuleren zodat ze passen in een politiek gewenste richting.

Waar heb ik dat eerder gehoord? Elk parlementair onderzoek van de laatste decennia ­levert vergelijkbare uitkomsten op. De uitkomsten vermelden selectieve omgang met informatie; kritische rapporten die in een bureaula verdwijnen; tunnelvisies, doofpotaffaires en de Tweede Kamer niet, onvoldoende of misleidend geïnformeerd.

Tussen de regels
De kernvraag wordt opvallend genoeg nooit ­gesteld. Terwijl die toch voor de hand ligt: welk belang is hier in het geding? Waarom wordt er 'druk' uitgeoefend? En waarom juist bij politiek-publicitair gevoelige onderwerpen?

Het antwoord op al deze vragen vinden we tussen de regels door in het rapport van vorige week: 'Kennelijk gaat men ervan uit dat niemand die rapporten leest en dat het effect van de eerste klap in de publiciteit het belangrijkste is'. Het zijn, zo leert deze éne zin, vooral communicatiekrachten die verantwoordelijk zijn.

Het is de hoogste tijd het erover te hebben hoe een vakgebied, een professie, zelfs een heuse wetenschap zoveel maatschappelijke schade kan veroorzaken. Want het is 'de communicatie' die een zware verantwoordelijkheid draagt voor veel maatschappelijk ongemak en ontevredenheid, maar daar zelden tot nooit op wordt aangesproken.

Daar is wel alle reden toe. Met een hoge urgentie!

Wie de geschiedenis van de overheidscommunicatie bestudeert, ziet halverwege de jaren negentig een belangrijke beleidswijziging. Met de introductie van marktwerking in tal van publieke sectoren kwam op voorspraak van de RVD ook de bedrijfsmatige aanpak van communicatie naar de overheid: dat betekende meer gewicht voor public relations en marketingcommunicatie.

Ministeries en ministers werden ineens 'merken', die 'geladen' moesten worden. Het draaide niet meer om de waarheid en het algemeen belang, maar om regie op een positieve beeldvorming, waarbij nagenoeg alles geoorloofd werd. Inclusief het onder druk zetten van wetenschappelijke medewerkers.

Als gevolg van deze beleidskeuze gingen bewindspersonen en ambtsdragers ineens ook heel anders praten, als een soort reclamezuil. Wijlen NRC-columnist Hofland, noemde dit gettotaal. Dit is te horen in de vorm van 'kernboodschappen', die ongeacht de vraag telkens weer herhaald worden, waarbij overdrijving, leuges en misleiding, net als in de reclamebranche, als vanzelfsprekend geoorloofd zijn.

Vertrouwenscijfers
Het politiek-bestuurlijk establishment heeft gretig en gulzig gegeten en gedronken uit de voeder- en drinkbakken van de communicatieprofessie, in de verwachting van een goede ­reputatie. Wie kennisneemt van de bedroevend lage vertrouwenscijfers voor ditzelfde establishment, kan geen andere conclusie trekken dat deze aanpak net zo jammerlijk is mislukt als de marktwerking zelf.

Lees over de grote negatieve en gevaarlijke maatschappelijke gevolgen daarvan het boek van Sander Heijne, Er zijn nog 17 miljoen wachtenden voor u.

Hans Siepel, oud-ambtenaar op het ministerie van Binnenlandse Zaken. In de periode 1997-2005 plaats­vervangend ­directeur communicatie.

Het is de hoogste tijd om ons ervan bewust te worden dat communiceren het scheppen van werkelijkheden is. Met dat als gegeven moeten we de vraag te stellen in hoeverre wij het als samenleving nog pikken dat marketing-, reputatie- en communicatievolk elke dag weer maatschappelijke en persoonlijke schade aanricht en ons stalkt, misleidt en bedriegt.

Er is nog veel meer reden om ons zorgen te maken over 'de communicatie' en over 'de taal'. Een parlementair onderzoek naar de overheidscommunicatie is dringend gewenst omdat taal een machtig wapen is. Juist omdat ze de werkelijkheid schept. In de handen van reclame- en marketingcommunicatie, spindoctors, communicatiewetenschappers, voorlichters en ander communicatievolk is de taal verworden tot een machtig instrument van vervalsing, propaganda en bedrog.

Op de vuist
Volgens de Belgische eco-consulent Louis de Jaeger zijn reclamemakers 'professionele ongelukkig­makers', die bij grote delen van de samenleving een forse deuk in het collectieve vertrouwen hebben geslagen. Daar valt wellicht nog mee te leven, maar de maatschappelijke ­risico's worden vele malen groter als politieke machthebbers, elites en ander establishmentvolk zich van dezelfde communicatiemethoden bedienen.

De vorige week vermoorde burgemeester van Gdansk wees er al op in een interview in 2017: 'When the language of the elites violates the limits of decency, it causes more and more physical violence.' Hij werd er zelf het slachtoffer van. Ik ben benieuwd wat hij zou hebben gevonden van de recente populistische teksten van premier Rutte die het liefst zelf op de vuist zou gaan.

Waarschijnlijk halen ze bij de VVD daarover de schouders op. Die partij ziet communiceren als oorlogsvoering, waarbij nagenoeg alle middelen zijn geoorloofd. Dat is goed om te weten. Voor de VVD is het goed te weten, dat het overgrote deel van de samenleving meer heil ziet in een vredesoffensief in taal en communicatie, om zo van nieuwe kritische onderzoeksrapporten verschoond te blijven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden