PlusOpinie

Satan woont in een indoorspeeltuin. Ik weet het zeker

James Worthy
James Worthy Beeld Agata Nowicka
James WorthyBeeld Agata Nowicka

Het is oorlog in de indoorspeeltuin. Ik doe mijn best om niet gek te worden, maar de krankzinnigheid heeft eerder dan gedacht een ballenbak van mijn schedel ­gemaakt.

Morgenochtend word ik wakker in een gesticht.

"Waarom zit jij hier?" zal een medebewoner aan mij vragen.

"Kinderverjaardag!"

Ik zoek mijn zoon. Overal liggen gekleurde ballen. Ik schop hard tegen een gele aan.

De bal komt recht in het gezicht van een meisje met vlechtjes. Ze begint te huilen. Ik probeer haar te troosten. Haar vader komt aangerend.

"Wat is er, schatje?" vraagt hij net voordat hij haar ­optilt.

"Ze struikelde," antwoord ik.

"Kan gebeuren. Ze is moe," zegt hij.

"Ja, inderdaad, ik denk dat ze gewoon moe is."

Het meisje huilt gelukkig zo hard dat ze de waarheid niet kan vertellen.

Opeens hoor ik iemand anders huilen. Het gehuil komt helemaal van boven.

Misschien is het mijn zoon.

Ik trek mijn schoenen uit en probeer zo snel mogelijk naar de negende verdieping van het kolossale speeltoestel te klimmen, maar er staan allemaal kinderen in de weg.

Een jongen in een Ajaxshirtje blokkeert de regenboogtrap. Hij zegt dat ik er niet langs mag. Ik kan de ­suiker in zijn ogen zien branden.

Dit gaat niet makkelijk worden. Ik zeg dat ik straks een lolly voor hem koop als ik erlangs mag. Hij stapt opzij.

Ik kom steeds dichter bij het gehuil. Nog twee verdiepingen. Alles wordt smaller.

Sandro Botticelli schilderde ooit de hel van Dante, het lijkt erop dat ik momenteel gevangen zit in zijn schilderij.

Satan woont in een indoorspeeltuin. Ik weet het zeker. Dit is het ­suikerpaleis van de gevallen engel.

Het huilende jongetje is niet mijn zoon. Toch ­probeer ik hem te troosten. Dan komt zijn vader aan­gerend. De man draagt een lichtgrijs T-shirt en zijn ­oksels zijn flink aan het huilen.

"Wat is er allemaal aan de hand, lieverd?" De man kijkt naar mij. Hij begrijpt niet wat ik hier doe. En hij heeft gelijk. Ik heb niets op de negende verdieping te zoeken.

"Heeft deze man je aangeraakt?"

"Rustig aan, ik hoorde iemand huilen en dacht dat het mijn zoon was."

Ik loop weer naar beneden en zie ik dat ik een sok ben kwijtgeraakt. Verdomme. Dan kan ik net zo goed die ­andere sok ook uittrekken, denk ik.

Als ik helemaal beneden ben en de hel wil verlaten, krijg ik op mijn kop van een moeder.

"Ouders moeten te allen tijde hun sokken aanhouden. Dit is toch goor? Niemand weet waar die voeten zijn ­geweest."

"Maar twee uur geleden stond ik nog onder de douche. En ik ben net een sok kwijtgeraakt. Ik weet ook niet waarom, maar zie het maar als een offer aan Satan."

De vrouw loopt hoofdschuddend weg. Ze struikelt ­bijna over een bal.

Ik kijk om me heen en zie allemaal drukke kinderen en ouders die hun kinderen met suiker proberen te ­kalmeren.

In de verte zie ik mijn zoon lopen.

Ik zeg dat we naar huis gaan. Hij wil nog niet naar huis. Ik beloof hem een lolly.

Dan hoor ik het. "Wil de vader die op zijn blote voeten rondloopt even naar de balie komen?" Het komt uit alle speakers.

Iedereen kijkt naar mijn voeten.

De duivel spuugt mijn sok uit en stikt van het lachen.

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

Opmerkingen of vragen? james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden