null Beeld Sjoukje Bierma
Beeld Sjoukje Bierma

Sarphatipark

PlusMaarten Moll

Maarten Moll

Het kan de lezer bekend zijn dat ik gek ben op lelijke honden.

En zo’n exemplaar, kort en gedrongen en met een platte snoet, kwam naar het bankje gedribbeld waarop ik zat.

“Billie!” riep de man, die niet op zijn huisdier leek.

Billie. Lelijk en dan zo’n naam! Ik aaide Billie, en Billie knorde, lebberde aan mijn hand en keek me – ik zweer het – verliefd aan.

Ik was even heel gelukkig, tot de man Billie streng bij zich riep, maar ik wist nog steeds niet of ik het een mooi park vond waarin ik me bevond. Ik besloot tot een verdere inspectie, stond op, en even later stond ik op het Liefdesbruggetje (brug 172).

Er holde een bijna naakte man over de paden. Twee halsbandparkieten vlogen over. En overal de paarse kleur van krokussen. Ik keek uit over een gebied dat ik, gek genoeg, niet kende. Sommige plekken in de stad blijven om onverklaarbare redenen ook na meer dan dertig jaar een soort terra incognita.

Zoals dus het Sarphatipark. De straten om het park, daar heb ik zo ongeveer een geul in gefietst, zo vaak ben ik erdoorheen gereden. Maar het park zelf? Ik geloof niet dat ik er ooit een stap zette (maar misschien hebben die herinneringen geen zin om uit hun hoekjes te komen).

Een kwartiertje geleden was ik er weer eens langs­gereden, en om onverklaarbare redenen had ik mijn fiets in een rek gezet en was het park in gelopen. Zo makkelijk was dat gegaan.

Vanaf links hoorde ik een stel Herculessen in het sportgedeelte met veel lawaai hun spieren stalen, in de verte zag ik het standbeeld van Samuel Sarphati, en de grote bomen. En schuin onder me in de vijver het fraaie kunstwerk Paleisbeeld, voorstellende het Paleis voor Volksvlijt.

In de verte hoorde ik de man ‘Billie!’ schreeuwen.

Ik stond nog steeds op het Liefdesbruggetje. Maar om nu al mijn liefde voor het park uit te spreken, was een beetje voorbarig, want ik kende het nog geen halfuur.

Wat opviel, waren de vele honden. Ik denk dat dit het park is met de meeste honden per vierkante meter, maar dat is een wilde gok, want ik ken wel meer parken in Amsterdam niet.

Ik liep verder. Na driekwart ronde ging ik weer op een bankje zitten en keek over het park naar de bebouwing aan een lange zijde ervan. In een van die huizen heeft de schrijver Thomas Verbogt gewoond. Ik herinner me niet dat ik hem ooit iets lyrisch over het park heb horen zeggen.

De onvermoeibare, bijna naakte hardloper kwam langs, hij droeg alleen een kort broekje en had een jas om zijn middel geknoopt. De onderkant van zijn voeten zag er opmerkelijk schoon uit.

Nog weet ik niet of de liefde die ik voor Billie voelde is overgeslagen op het Sarphatipark.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden