Thomas AcdaBeeld Wolff

Samenspel doet zegevieren

Column

Zomeravondvoetbal, is er iets mooiers? En je hoeft niet eens meer zelf het veld op, nog leuker. Zoon neemt de honneurs waar, de eigen enkels zijn veilig vanavond.

Mooie avond, waarschijnlijk wel 20 graden in het zonnetje. Jasje uit, even kijken. Ja, het is maar liefst 21 graden nog. Lekker hoor. De bal gaat heel hoog. Spelers staren er begerig naar en gokken waar hij neer zal komen.

Ik zie de prachtige zwarte knikker in het hemelsblauw van de Amsterdamse avond. En wat wit. Wolken, maar geen echte, die van de wolkenfabriek. Zo noemt elk Amsterdams kind de Hemweg, denk ik.

Ging die niet dicht, de Hemweg? Iets met kolen? Even googelen. Yep. Dicht. 2024 of 2025, daar is men het kennelijk nog niet helemaal over eens. Maar D66 is standvastig.

Had je D66 gestemd? Maakt het uit, je gebruikt nooit kolen. Je gebruikt wel ineens 'je' terwijl je het gewoon over jezelf hebt. Waarom doe je dat? Je besluit ermee op te houden.

Bal in de sloot. Papa zet een sprintje. Papa kan niet veel, maar een aan een touw gebonden buitenband om een in de sloot geraakte bal mikken is toevallig een van papa's betere skills. Je hebt veel reserve gestaan. Ophouden met 'je' zeggen! En ­papa!

Een jongetje, volledig in tenue - en ik weet zeker dat hij geen wedstrijd heeft vanavond, dus dit is de ware SDZ'er - komt helpen. En noemt me Daan de Vos. Flikken Maastricht zal dus wel herhaald worden.

Ik laat hem de bal stoer naar de jongens terugschieten en kijk snel even op tv.nl. Ja, ik ben weer de snoodaard. 'Management zeggen dat er herhaling is,' typ ik, maar de telefoon schrijft 'zeggen' als 'seggen'.

Dit is nou precies zo'n rustige avond waarop je eindelijk de tijd hebt om te kijken of die achttienjarige middenvelder met zijn blonde kuif je telefoon niet tóch stiekem op Zuid-Afrikaanse spelling heeft gezet. Want geestig is hij ook. Zoek ik meteen uit of ik een Bertje ken.

Elke keer als ik 'een beetje' wil schrijven komt er een Bertje. 'Bertje laat.' 'Jammer voor Bertje,' schrijft mijn vrouw dan terug, 'als jij maar op tijd komt.'

Ottokar, de keeper, staat ineens aan mijn hek. Hij houdt zijn hand op: "Je zoon wil graag dat je mij je telefoon geeft." En snel, zie ik hem denken, want de Volendammers vallen alweer aan.

"O," zeg ik verbaasd en ik geef hem mijn mobiel.

Ot rent terug en gooit mijn telefoon ­nonchalant in een hoek van zijn goal.

"Drie-een," roept mijn zoon.

Dat wilde ik inderdaad net vragen.

Thomas Acda (1967) is zanger en acteur. Voor Het Parool beschrijft hij wekelijks zijn observaties van 'de' Amsterdammer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden