Opinie

‘Samenleving moet investeren in achterstandsleerling’

‘Zwakbegaafde’ jongeren komen in de zandbak al op achterstand te staan. Docent Maxe de Rijk neemt het op voor deze groep en ziet resultaten.

Erkenning brengt leerlingen verder. Beeld Photothek via Getty Images

Steeds vaker worden moorden in het criminele circuit gepleegd door jongens met een IQ onder de 80. Zwakbegaafd word je dan officieel genoemd. Een term die ik, als ik naar mijn leerlingen kijk, verschrikkelijk denigrerend vind. ’s Ochtends, op weg naar mijn werk, doorkruis ik de hele stad. Van Oost naar Nieuw-West kom ik langzaam in de wereld van mijn leerlingen. Een wereld die ruw, hard, pijnlijk en gemeen kan zijn.

Tegen mijn 12-jarigen werd gezegd: jij hebt een IQ onder de 80, dus ga maar naar het praktijkonderwijs. Het zijn voornamelijk leerlingen met enorme leerachterstanden. Problemen thuis, armoede, ontoereikend basisonderwijs en vooral een gebrek aan geloof in eigen kunnen.

Zwakbegaafd staat tegenover hoogbegaafd. IQ is evenredig verdeeld, er zijn precies zoveel zwakbegaafden als hoogbegaafden. Waar voor de hoogbegaafden de plusklassen de grond uitschieten, blijven mijn leerlingen achter. Al vanaf de zandbak horen ze dat ze niet kunnen leren. “Ga maar werken uit het boekje van groep 4,” kregen mijn leerlingen in groep 8 te horen. 

De basisscholen neem ik dat absoluut niet kwalijk. Zoals we allemaal weten hebben die het zwaar genoeg met meer dan dertig kinderen in een klas. De samenleving neem ik het wél kwalijk. Én alle bezuinigingen op jeugdzorg en passend onderwijs.

Het geloof in zichzelf teruggeven

In een maatschappij waar succes een keuze is, waar wordt gepretendeerd dat iedereen gelijke kansen heeft en mensen zich moeten invechten, zien deze leerlingen hun praktijkschoolniveau vaak als een bewijs van eigen falen, van niet goed genoeg zijn.

Tegelijkertijd is er de discriminatie en zijn er de vooroordelen waar onze jongeren elke dag opnieuw mee te maken krijgen. Ook vanaf het moment dat ze in de zandbak spelen. Zonder uitzondering zijn ze allemaal weleens vies aangekeken, uitgescholden of bespuugd. Simpelweg door de kleur van hun ogen, hun kortgeschoren haren of de hoofddoek van hun moeder. Dat doet wat met een kind.

En dus hebben wij als school een missie: de leerlingen het geloof in zichzelf teruggeven. Pas dan komen ze weer aan leren toe. Samen met hen gaan we op zoek naar al hun talenten en mooie eigenschappen. Leren wij ze bij het vak ‘Persoonsvorming & Socialisatie’ zichzelf en de maatschappij kennen. Voeren we alle mogelijke gesprekken, over alle moeilijke onderwerpen die er zijn. Om ze genoeg bagage mee te geven om de maatschappij in te stappen.

Tegelijkertijd liggen negatieve verleidingen op de loer. Als je vanaf de zandbak al hoort dat je er eigenlijk niet toe doet, zit dat gevoel diep. En daar weten criminelen slim op in te spelen. Door gouden bergen te beloven en vooral: die erkenning te geven.

Laagste inkomens

Als je ze die erkenning op school weet te geven, gaan ze ook groeien. Zevens, achten, negens halen. Dat zie ik elke dag gebeuren. Ik vroeg aan mijn leerlingen wat ze dachten dat hun ouders van hun cijfers zouden vinden.

Op de gezichten kwamen grote glimlachen. “Mijn moeder gaat zo trots zijn juf!” “Mijn ouders gaan nooit geloven dat ik dit ben. Elk rapport van mij op de basisschool was slecht.”

Langzaam bouw ik het zelfvertrouwen van mijn groep op. “Wij zijn echt een team juf, niemand haalt ons uit elkaar,” zegt dan een leerling. Waarop een ander vervolgt: “Wij gaan elkaar helpen om er te komen.”

Uiteindelijk gaan ze de maatschappij in. Een maatschappij die voor deze groep jongeren kneiterhard is. Banen op MBO-2 niveau worden overal wegbezuinigd. Laat staan de banen op praktijkschoolniveau. En dan hebben ze ook nog een afkomst waar ze elke dag weer op aangekeken worden.

Maxe de Rijk. Docent VMBO en mentor op het Mundus College, schrijft over onderwijs op maxederijk.nl.

Laat me duidelijk zijn: niks, maar dan ook niks is een excuus om te moorden. Alle leerlingen in mijn klas walgen van wat er is gebeurd. We zijn ons rot geschrokken. Het laat ons nog harder werken.

Maar ook dit jaar groeien de kansen voor mijn leerlingen weer het minst. De crisis in de jeugdzorg is enorm. De laagste inkomens gaan er het minst op vooruit. Rutte lijkt het niet te deren, erger nog: het kabinet kiest ervoor. Terwijl, even voor de duidelijkheid: een laag IQ (en dus een slechter betaalde baan) is helemaal niet je eigen schuld. Je kunt je niet invechten. Je hebt gewoon pech. Ook al hoor je sinds je in de zandbak speelt dat je gewoon beter je best moet doen.

Een andere samenleving

Samen met duizenden andere docenten werk ik dag in dag uit om deze jongeren het geloof in zichzelf terug te geven. Om ze dingen te leren die ze de rest van hun leven kunnen gebruiken. Dat doe ik met heel veel plezier en liefde. En laten we wel wezen: vaak komt het goed. Onze leerlingen hebben veel in hun mars, ze hebben gewoon goede begeleiding nodig.

Maar voor echt succes hebben we een andere samenleving nodig. Een samenleving die investeert in deze jongeren. En dus in jeugdzorg, in passend onderwijs en een goed inkomen voor iedereen. Geen samenleving die bestaat uit de succesvolle en de falende, maar een samenleving die net als mijn klas een team wil zijn. Die niemand laat afvallen. Die elkaar blijft helpen. Er is een samenleving nodig die zegt: jij hebt misschien wat pech gehad in je leven, maar je mag er zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden