James Worthy. Beeld Agata Nowicka

‘Samen ongelukkig is beter dan helemaal alleen, toch?’

Plus James Worthy

Ze zit op een bankje aan de Amstel. Het is de laatste zonnige dag van het jaar. Een groepje studenten draagt een roeiboot naar het water. Er komt een oude man naast haar zitten. Hij knoopt een boterhamzakje open en begint de eenden te voeren.

“Zo, die zijn hongerig,” zegt ze.

“Wil je ook wat sneetjes gooien?”

“Nee, hoor. In mijn jeugd heb ik een keer de eendjes gevoerd. Ik gooide een heel brood naar die beesten. En toen ik klaar was en weg wilde lopen, stond er een dakloze man naar me te kijken. Hij keek zo verdrietig. Sindsdien doe ik het niet meer. Zolang er mensen bestaan die honger hebben, ga ik geen eenden voeren.”

“Wat kunnen die eenden eraan doen dat mensen alles verprutsen?”

“Als je weer de misantroop uit gaat hangen, ga ik naar huis.”

“Is dit een dreigement? Ik ben niet bang om alleen te zijn. Dat weet je. En ik heb de eenden.”

“Je ziet er droevig uit. Heb je weer heimwee naar heimwee?”

“Wat bedoel je?”

“Je ogen.”

“Wat is er met mijn ogen?”

“Hoe ze kijken. Als Lego in een huis waar al heel lang geen kinderen meer wonen.”

“Zo kijk ik gewoon. Ik ben oud en teleurgesteld. Kijk naar die roeiers. Naar die lichamen. Ze hebben armen als opgerolde matrassen.”

“Jij had vroeger ook zulke armen.”

“En toch verliet je me. We zijn nu veertig jaar verder. Hoe kijk je terug op die beslissing? Was het de juiste?”

“Ik weet het niet.”

“Dan hadden we beter bij elkaar kunnen blijven. Samen ongelukkig is beter dan helemaal alleen, toch?”

“Water en vuur hebben geen toekomst samen.”

“Wie zegt dat? Water en vuur gaan prima samen. Sauna’s zijn nog nooit zo populair geweest.”

De oude vrouw pakt een make-upspiegeltje uit haar tas, vouwt het open en kijkt naar zichzelf.

“Ik ben er nog,” fluistert ze terwijl ze het spiegeltje dichtklapt.

“Natuurlijk ben je er nog, ik praat toch met je?”

“Soms heb ik gewoon even bevestiging nodig.”

“Je bent er nog, Els.”

“En jij ook.”

De studenten roeien weg. Als ze onder de brug door varen, schreeuwt de achterste jongen zijn naam.

“Natuurlijk weet ik dat ik je heb weggejaagd, maar ik wist toen niet anders. Ik was een jongen. De hormonen zaten achter het stuur. Ik ging met gebalde vuisten door het leven. Zo had ik het geleerd van mijn vader. Maar ik weet nu dat ik helemaal niet hoef te vechten. Ik wil het ook niet meer. Ik wil croissantjes eten. Een wasje draaien en naar een Amerikaanse televisiepsycholoog kijken terwijl ik mijn tanden poets.”

“Toen ik je leerde kennen, was je onmogelijk.”

“Niets is onmogelijk. Ik was gewoon een jongen.”

Ze vouwt haar spiegeltje weer open en zegt dat hij wat dichterbij moet komen. Samen kijken ze in het oude spiegeltje.

“We zijn er nog,” zeggen ze lachend.

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

Reageren? james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden