Plus Column

Samen keken we naar het einde van de wereld

Pepijn Lanen Beeld Corné van der Stelt

In het weekend moest ik altijd optreden, dus dinsdag was mijn weekend. We gingen altijd eerst naar de studio van Rimer in Noord, op dinsdagavond. We rookten sigaretten en dronken Efes van de turkse snackbar en namen het ene nummer na het andere op totdat we met hoofdpijn weg moesten uit dat kleine hokje.

Met de fiets op de pont gingen we terug naar het centrum en dan, omdat de smoesjes thuis toch al gemaakt waren, in een rechte lijn door naar de Marnixstraat.

Daar dronken we dan nog weer allemaal andere dingen omdat we biermoe waren en zongen we de nieuwe refreintjes en coupletjes ad nausea tot elkander terwijl we iedereen helemaal leegbietsten omdat ze daar alleen maar van die gore sigaretten in de machine hadden beneden.

Na een tijdje braken ze het theater af aan de overkant. Toen we naar Daft Punk in de HMH geweest waren en daarna, onze minds thoroughly blown, daar maar ons heil gingen zoeken was een grote graafmachine bezig de façade met zijn mechanische bek op te eten, met een gedeelte van de tl-buizen van de belettering er nog op.

We bleven een tijdje staan kijken en ik nam een foto met een vooroorlogse Nokia en Piet kwam er achter dat hij zijn Daft Punk tourshirt verloren was. Ik heb hem daarna nooit meer met een niet-wit T-shirt gezien.

Op het bankje voor het café kon je zitten met een drankje en je sigaretje roken, nadat dat binnen niet meer mocht van de EU. Terwijl het binnen gonsde van de bedrijvigheid zat ik hier vaak relatief rustig. Met mijn rug naar het gedoe binnen gekeerd en uitzicht op het braakliggende terrein dat voelde als het einde van de wereld.

Ergens in 2008 sprak ik hier voor het eerst een meisje waar ik wel al eens over gehoord had maar niet veel.

Het was een niet heel interessant gesprek over een Porsche en nog wat andere dingen maar wij vonden het allebei wel leuk en ik bietste heel makkelijk een sigaretje van haar en maakte heimelijk notitie van hoe goed haar spijkerbroek haar paste en samen keken we naar het einde van de wereld.

Het duurde nog even voordat zij en ik een nieuwe 'we' werden omdat het leven nog wat wendingen moest nemen. Eerst was het een geheim, en moesten we bijvoorbeeld een voor een weggaan of zoenen op het toilet waar niemand ons zag.

Na een tijdje vertelde ik Piet als een van de eersten dat zij nu 'mijn Coco' was. En na nog meer een tijdje konden we gewoon in plain sight van elkaar genieten aan een van de tafeltjes boven met veel herrie en nog meer glazen en vrienden en vriendinnen.

Ik fiets bijna dagelijks langs de Marnixstraat maar ik ga nog maar zelden naar binnen. Het bankje is nog altijd daar. Maar het braakliggende terrein is inmiddels weer helemaal teruggetoverd in een theater. Geen einde van de wereld meer. Dat hangt nu in de lucht.

Pepijn Lanen (1982), ook bekend als Faberyayo, is rapper, schrijver en tekstschrijver van onder meer De Jeugd van Tegenwoordig en LeLe. Elke zaterdag schrijft hij een column voor Het Parool. In het archief lees je ze allemaal terug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden