Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

’s Nachts luister ik geduldig naar mezelf

PlusTheodor Holman

De nachten verliezen hun stilte. Misschien is dat wel het geluid van het virus dat zich terugtrekt. Of verbergt. Om drie uur in de ochtend lopen er meer mensen op straat dan twee weken geleden.

In een portiek op de Weteringschans – tegenover het pand waarvandaan vroeger het illegale Parool werd verspreid (nutteloze kennis waarvan ik toch niet wil dat hij verloren gaat) – wordt heftig gevreeën met een gekreun van de man alsof die zijn drol maar moeilijk door zijn anus weet te persen. Het stemt me even vrolijk en ik moet Koos meetrekken want die wil aan het liefdesspel ­meedoen.

Het was, toen ik de hartstochtelijk minnende jeugd een luttele seconde in mijn rechterooghoek opmerkte, of ik een zwart-witfoto uit mijn verleden zag.

Als ik zo’n meter of tien voorbij ben, hoor ik opeens een fles vallen en breken, en zegt de jongen: “Kijk uit! Niet gaan zitten!”

Ik loop door.

In het debat over corona wordt te veel over leeftijd gezeurd. Ik weet het, ik zeur daar zelf ook over. Oude mensen zeuren omdat jonge mensen vinden dat ze zeuren, en die hebben meestal gelijk. Daarom vind ik ’s nachts lopen prettig; ik luister dan geduldig naar mezelf en neem mezelf niets kwalijk als ik domme dingen herhaal.

De ‘liefdesschijnbewegingen’, zoals Remco Campert dat noemt, die ik daarnet in het portiek waarnam, bepalen zo merk ik, mijn route. Albert Cuyp – jeetje, daar heb ik nog geslapen bij hoe heet ze ook alweer? Frans Halsstraat – verdomme, waar was dat adres waar ik nog bij Francien in bed heb gelegen, was dat hier, of hier, zou ze trouwens nog leven? Ceintuurbaan – ach ja, Geeske met die moeder van d’r die elke avond dronken in d’r bed lag en dan zei: “Geeske, wil je ­alsjeblieft sherry in de appelsapfles doen?” “Is goed, mam, ” zei ze, terwijl ik dingen bij Geeske deed die haar moeder niet zou goedkeuren.

Een regel van Herman Gorter luidt: ‘Bij het denken aan de liefde, heb ik de liefde lief.’ Mij stemt dat denken mistroostig.

Zelfs nu houd ik afstand. Tussen mij en mijn herinneringen is een afstand van een mensenleven. Ik voel me zompig en besef ineens dat ik vannacht voor het slapengaan een nitrazepam had ingenomen. Ach, wat roest de geest snel.

Thuis wil ik niet naar bed.

Ik denk toch: als ik niet slaap, leef ik meer.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden