Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki
Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

Ruzie maakt vast een stofje los in de hersens dat lijkt op heroïne

PlusTheodor Holman

Theodor Holman

Ik heb de booster.

Getipt door een lieve lezer die zei waar ik naartoe moest. Alles legaal. Niemand tekortgedaan. Tijdens het coronakwartiertje na de vaccinatie kon ik de gesprekken van de anderen afluisteren.

Opvallend: iedereen dacht wat anders.

“We zijn nu beschermd tegen omikron.”

“Ja, ik ga straks naar mijn dochter, want die is jarig en de hele familie komt.”

Ik greep in en vertelde hoe het naar mijn mening zat, maar dat werd me niet in dank afgenomen.

“Nee hoor. Je kan gewoon vanavond naar een feest.”

“Ik meen toch dat het anders zit,” zei ik.

Maar ik merkte dat ik geen gezag heb. Integendeel. Ik raakte zelfs geïrriteerd toen de man zei: ‘’Nee hoor, u zit echt fout. Ik volg het nieuws goed en juist zo’n booster zorgt ervoor dat je niet in het ziekenhuis komt. Ik luister de hele dag naar de radio.”

Ik keek op mijn horloge en moest nog zeven minuten zitten.

Zo ontstaan ruzies; beide partijen menen iets zeker te weten en er is geen autoriteit die jou of de ander terecht kan wijzen. En dan speelt de toon een belangrijke rol. Ik had zin om de man te slaan, met z’n stomme vooronderstellingen. Eigenwijsheid is charmant, maar niet als hij samengaat met domheid.

Vroeger vond ik ruzie nooit erg. Maar de laatste tijd kan ik er slecht tegen. Het is alsof kleine meningsverschillen uitgevochten moeten worden via een duel met dodelijke afloop.

Ruzie is noodzakelijk voor het voortbestaan van de mens, denk ik wel eens. Het geeft energie. Ook seksuele energie. Het maakt vast een stofje los in de hersens dat lijkt op heroïne. Je krijgt er ook een geluksgevoel van, weet ik van vroeger. Goed ruziemaken ontwikkelt de mogelijkheid snel op de apenrots een paar plaatsen te stijgen. Het vergroot je lokale roem.

Maar ik kan het niet meer zo goed. Althans, mijn woorden zijn daarvoor te kostbaar, en iemand onmiddellijk op z’n smoel timmeren, lukt me niet meer met die lodderogen van mij.

Ofschoon ik in een toestand van ergernis de vaccinatieplek verliet, dacht ik even later: wat een onzin. Wat kan het mij schelen. Sterf toch gewoon, klootzakken.

Ik loop achteruit de apenrots af. Tot ik beneden ben en de staat van deurmat heb bereikt waar iedereen over me heen stampt of z’n schoenen aan me afveegt.

Dat boosteren, krijg je daar ook een rothumeur van?

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden