Opinie

'Rutte, neem een voorbeeld aan de toekomstpolitiek van Zweden'

Het is tijd voor het ministerie van de Toekomst. Zweden experimenteerde er al mee, schrijft Caesar Bast, publicist en oud-voorzitter van de Nationale Jeugdraad.

Caeser Bast
null Beeld Merel Corduwener
Beeld Merel Corduwener

Politici die bereid zijn om een herverkiezing te riskeren voor een betere toekomst. Kunt u zich voorstellen dat politici over hun eigen schaduw heenstappen om de samenleving een dienst te bewijzen? Het is in de huidige politieke realiteit eigenlijk onvoorstelbaar.

De korte termijn regeert, en dat is in de vorm van politieke twistgesprekken soms leuk voor nu, maar vaak beangstigend voor later. Aangezien de onderhandelaars weer fris aan de formatietafel zitten en economische voorspoed wordt voorspeld, zou ik hun willen voorleggen: durf te dromen en denk aan de toekomst.

Bij de laatste Tweede Kamerverkiezingen kregen we weer een flinke portie partijpolitieke profileringsdrang voorgeschoteld. Het elkaar vliegen afvangen leek heilig verklaard toen ook al maanden vooruit besloten was dat hét debat tussen Geert Wilders en Mark Rutte moest plaatsvinden. En zo geschiedde. Politiek niet als strijd der ideeën, maar als vuige Amerikaanse actiefilm.

Wie durft nog?
Waar we in Nederland enorm op achterlopen, is visionaire politiek. Ooit was 'durven dromen' ons sterke punt. Tegenwoordig is de Nederlandse politiek meer bezig met zichzelf dan met de toekomst. Nederland was gidsland en is gipsland: weinig vooruitstrevend, maar erg goed in het managen van de gaten.

Wij hebben wetenschappelijke planbureaus die de nodige perspectieven schetsen voor de toekomst, maar geen ministerie of ander orgaan met bestuurlijke relevantie dat haar handen durft te branden aan een langetermijnvisie.

Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) deed eind vorig jaar een prima aanzet met het rapport 'De toekomst tegemoet', maar in de politieke arena bleef het akelig stil.

Verder kijken dan vier jaar, wie durft dat nog? ­In Nederland durven we voorlopig niet, toont deze kabinetsformatie ons opnieuw. Afspraken maken over duurzaamheid heeft al enorm veel voeten in de aarde. Liever ruilen de heren van VVD, D66, CDA en CU - als ware managers - portefeuilles uit, bleek onlangs.

Inmiddels raak ik er steeds meer van overtuigd dat we het niet van de formatietafel moeten hebben. Toekomstperspectief schetsen ­vereist namelijk een structurele aanpak. In Zweden zijn ze hun tijd vooruit.

Kortetermijnpolitiek
Zo'n drie jaar geleden werd daar Kristina Persson geïnstalleerd als minister van het nieuwe ministerie van Toekomstige Kwesties en Strategie. Het idee achter de oprichting was simpel: Zweden zou zijn zaken niet alleen nu op orde moeten hebben, maar ook morgen concurrerend moeten zijn.

Daarvoor moeten vandaag onwelgevallige keuzes worden gemaakt, was de conclusie. Zij hing als het ware boven de verschillende ministeries om ervoor te zorgen dat zij zich niet zouden laten verblinden door kortetermijnpolitiek. Een beetje zoals onze ministers zonder portefeuille dus.

Haar doelen waren groots: tegen 2050 moest Zweden een CO2-neutraal land zijn, te beginnen met een CO2-neutraal transportsysteem in 2030. Persson is een politicus die bereid is om stemmen te riskeren voor een betere toekomst. Misschien dat dit haar nekte? Of was het toch gebrek aan écht zeggenschap?

Na de regeringsveranderingen op 25 mei 2016 stapte Persson uit de regering. Daarvoor in de plaats werd besloten om een comité voor strategische ontwikkeling op te richten onder het ministerie van de premier.

Een mislukking? Volgens mij niet, want het maakt niet uit wie de pleitbezorger is, als zo'n regering maar bewust bezig is met het belang van straks. Alleen al daarvan kunnen wij in Nederland veel ­leren.

Een politiek die niet bezig is met zichzelf, maar met de toekomst. Eberhard van der Laan zei het laatst zo treffend bij Zomergasten: "Laat samen oplossingen zoeken voor de toekomst niet ten koste gaan van het elkaar vliegen afvangen en de perverse politieke profileringsdrang."

Weer vertrouwen krijgen
Daarom, meneer Rutte en de andere onderhandelaars, is het misschien wel een idee om een voorbeeld te nemen aan Zweden.

Waarom geen Nederlands ministerie van de Toekomst dat écht werk maakt van de toekomstgerichte rapporten van onze planbureaus en mét een minister die ervoor zorgt dat zijn collega's zich niet laten verblinden door kortetermijnpolitiek?

Het aankomend regeerakkoord zou daar een eerste stap in moeten zijn. Als het even meezit, werken we aan een politieke realiteit waar we weer vertrouwen in krijgen. Werken aan een politiek waar we weer toekomst in zien.

Caesar Bast (23), publicist en oud-voorzitter van de Nationale Jeugdraad, een koepelorganisatie van landelijke jongeren­organisaties Beeld Eva Plevier
Caesar Bast (23), publicist en oud-voorzitter van de Nationale Jeugdraad, een koepelorganisatie van landelijke jongeren­organisatiesBeeld Eva Plevier
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden