Ashgan El-Hamus. Beeld Agata Nowicka

‘Ruilen? Ik de regisseur, jij de ­tienermoeder!’

Plus Ashgan El-Hamus

Soms voelt filmmaken net als het professioneel geoorloofd bespieden van anderen, om vervolgens op een net zo professionele manier stukjes uit hun wereld te ­jatten.

Vandaag bespied ik Angel, als research (duur woord voor bespieden) voor een film. Ik help Angel met het schoonmaken van een goudkleurige badkamer in haar nieuwe woonwagen, omdat het fijn is iets omhanden te hebben tijdens het bespieden, maar vooral omdat het onmogelijk is nee te zeggen tegen iemand die Angel heet. Angel en ik zijn allebei 26, geboren in de maand januari, een maand die we allebei kut vinden, maar ­lijken verder uit andere werelden te komen.

Zij woont met haar kermisfamilie op een groot erf en werd op haar zestiende moeder. Sindsdien is dat haar beroep. Angel heeft grote engelenvleugels op haar schouders getatoeëerd. Op haar arm pronken drie namen; van haar twee kinderen en van haar ‘lover’. ­Binnenkort komt er een vierde naam bij, maar die zit nu nog in haar buik. Ik benijd mensen die andermans namen permanent op hun lijf zetten; die mensen ­durven ongegeneerd in eeuwigheid te geloven.

Angel vraagt naar mijn werk en ik zeg dat het misschien wel het tegenovergestelde is van moeder zijn, omdat ik heel veel met mezelf bezig kan zijn. Angel zucht en zegt dat mijn werk heel ‘chill’ klinkt. Ze bekent dat ze ooit, toen ze nog tijd had om met zichzelf bezig te zijn, een eigen beautysalon wilde openen. Ik vind dat we er nu tijd voor kunnen maken, dus verzinnen we welke kleur de stoelen zouden hebben en wat een eerlijke prijs is voor nepnagels. Dan zijn we even stil. Angel haalt haar schouders op en glimlacht, maar ineens zie ik dat haar ogen waterig zijn. Ik pak haar hand en zij zucht emoties weg. “Kutbaby’s.” Dan opent ze een geheim kastje en tovert een blikje Bacardi-cola tevoorschijn. Ze duwt het in mijn hand. Of ik hem wil opdrinken, zodat zij stiekem slokjes kan nemen. Ik vind dat Angel vandaag recht heeft op stiekeme dingen, dus drinken we, terwijl Angel zegt dat ik ‘maar blij mag zijn met zo’n beroep, en zo veel tijd voor mezelf, en ­niemand die je ’s nachts wakker houdt, en ...’ Maar dan, midden in haar zin, trekt ze ineens mijn hand naar haar buik.

Net te laat, maar ik lees het van Angels gezicht af: Baby drie heeft voor het eerst geschopt – een foetus die zijn moeder gerust wil stellen. We moeten lachen omdat we denken dat hij misschien voor het eerst dronken is, maar dan is er nog een schop en ben ik wél op tijd. Lachen en huilen ligt altijd dicht bij elkaar en Baby drie heeft tranen in mijn ogen geschopt. Nu is het Angel die mijn hand pakt, en ik die emoties weg probeer te zuchten. Angel is daar beter in dan ik. Het bespieden is ineens niet zo professioneel meer en ik zeg: “Zie je nou wel, jij wint.” Als je een Baby drie in je buik kan voelen schoppen, vervalt de rest, elk ander beroep.

“Ruilen?” vraagt ze. Ik knik. We schudden elkaar de hand, als bij een zakendeal. “Ik de regisseur, jij de ­tienermoeder!” Ze lacht.

Zo wisselden Angel en ik midden op de vloer van een goudkleurige badkamer van beroep, omdat dat soms veel beter is dan bespieden.

a.elhamus@parool.nl

Op deze plek wisselen de filmmakers Norbert ter Hall en Ashgan El-Hamus elkaar om de week af.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden