Femke van der Laan Beeld Agatha Nowicka

Roze snippers: het doet me denken aan nieuwjaarsochtend

Plus Column

Het doet me denken aan nieuwjaarsochtend. Een stille straat bezaaid met rode snippers. Flinters van duizendklappers, gisteravond midden op straat afgestoken, maar intussen al een flink eind opgeschoven richting stoeprand. Plakkerig. Rommelig. Een straat met een ­kater.

Nu zijn het geen stukjes rood papier onder mijn schoenen. Het zijn roze blaadjes. Bloesems van de ­bomen in de straat, gisteren gevallen toen het waaide. Niet alleen opgeschoven richting stoeprand, maar alle kanten op gedwarreld. Op de straat. Op de stoep.

Ook deze snippers zien er plakkerig uit. En rommelig. Er zijn al heel wat schoenen overheen gegaan. Auto's. Fietsen. Toch heeft de straat nu geen kater. Het is eerder alsof het feestje net begonnen is. De confetti net ­gestrooid. De lente net van start.

Ik denk aan het wasrek thuis. Er hangt een zwembroek te drogen. De jongste sprong gisteren in de ­Amstel. Daarna stond hij klappertandend op de kant. Het was helemaal niet koud. Het was lente. Net van start.

Ik probeer met mijn schoen de blaadjes ­omhoog te schoppen, maar het laagje is te dun. Op de straat, tegen de stoeprand aan, daar liggen de hopen. Daar zou ik mijn schoen in kunnen steken en zo de bloesems ­omhoog kunnen scheppen.

Ik laat me tegenhouden door het beeld dat ik voor me zie. Een vroege ochtend, een volwassen vrouw, een schop in een berg roze confetti. Ik blijf op de stoep. Ik blijf op de stoep en voel hoe de lente er weer is, met zijn beloftes, met verwachtingen. Dan rijdt er een auto langs. Hem lukt het wel. De blaadjes bij de stoeprand dwarrelen omhoog. Ze landen tegen mijn broek. Op mijn schoenen. Een enkeling haalt het tot mijn handen.

Ik zie een tuin voor me, een paar jaar geleden. Een boom precies zoals deze in de straat. Roze. Twee meisjes tot voorbij hun enkels in een bloesemberg. Ze dragen jurkjes, want het is lente. Net van start. Met beloftes en verwachtingen die waarschijnlijk nog bewaarheid zouden worden ook.

Ik hoor ze aftellen in mijn hoofd. Helemaal vanaf tien terug. Naar nul. Dan grijpen de handen in de roze blaadjes en gooien ze in de lucht. Met open ogen draaien de meisjes rondjes in stille duizendklappers. Tot alle bloesem stilligt. Dan worden de blaadjes bij elkaar geveegd, de enkels verdwijnen weer in de berg, het aftellen ­begint opnieuw. Van tien naar nul.

Er landt een blaadje op de veter van mijn rechterschoen. Hij blijft een paar passen liggen, dan glijdt hij eraf. Alle bloesem ligt weer stil. Ik kijk omhoog, de straat zonder kater in.

Femke van der Laan is journalist. Wekelijks schrijft ze een column voor Het Parool. Lees hier al haar columns terug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden