Column

Republiek Amsterdam: 'Spaar me niet,' zei de burgemeester

Roelf Jan Duin Beeld Wolff

Eberhard van der Laan nam de raadsleden donderdag voorafgaand aan de vergadering even apart. Het was voor de meesten de eerste keer dat ze de burgemeester zagen sinds hij het slechte nieuws over zijn longkanker bekend had gemaakt.

De diagnose gaf weinig reden voor optimisme, had Van der Laan geschreven. 'Weinig reden voor optimisme', dat kun je ook lezen als 'genoeg reden voor pessimisme.'

Van der Laan was nuchter en strijdbaar, maar zag er met zijn linkerarm in een mitella opeens ook kwetsbaar uit. En precies dat was dus niet de bedoeling, zei Van der Laan tegen de raadsleden.

De steunbetuigingen die hij ook vanuit de fracties had ­gekregen waren hartverwarmend, maar straks in de raadszaal was het weer business as usual. Spaar mij niet, want ik zal jullie ook zeker niet sparen, waarschuwde hij de raadsleden alvast.

En na een wat onwennig begin van de vergadering gingen ­inderdaad de handschoenen uit. Van der Laan opende een frontale aanval op de brandweer, verdedigde zijn besluit om tegen de wil van de gemeenteraad in de termijn voor het ­bewaren van camerabeelden te verlengen en vocht een verbaal robbertje uit met de Partij voor de Dieren over een reclamestunt van een onderbroekenbedrijf die op de Dam een rendier een halfnaakte kerstman had laten voortslepen.

De gigantische hoeveelheid ­reacties die Van der Laan de ­afgelopen week ontving, zeggen veel over de populariteit die hij in zes jaar als burgemeester van Amsterdam heeft opgebouwd.

Van der Laan begrijpt dat zijn ambt bestaat uit twee componenten: een harde en een zachte. Zijn rol als bestuurder vraagt om daadkracht, om een vuist op tafel en een ferme tik waar ­nodig. Zijn rol als burgervader vraagt om empathie, om een schouder om op uit te huilen als een huis is afgebrand en bemoedigde woorden voor een winkelier die voor de zoveelste keer is overvallen.

Van der Laan switcht moeiteloos van de ene rol naar de andere, juist omdat hij schijnbaar geen rol hoeft te spelen.

Maar alle kaartjes, bloemetjes en Facebookberichten die Van der Laan de afgelopen week ontving, zeggen ook iets over de tijdgeest. Ze staan voor de behoefte die kennelijk bestaat aan iets zachts, iets van medemenselijkheid. Het touwtje uit de brievenbus, het pannetje soep aan de zieke buurman. Een verlangen naar iets dat verbindt in plaats van verdeelt.

In een tijd waarin het morele gezag van politici razendsnel erodeert, nemen burgemeesters een uitzonderingspositie in. Ze staan boven de partijen en dicht bij de mensen. Bovendien zijn ze voor het behoud van hun macht niet afhankelijk van politiek gekonkelefoes. Het vertrouwen in burgemeesters is groter dan in ingenieurs, bleek vorig jaar uit onderzoek.

Een ambtsketen boezemt meer vertrouwen in dan een aquaduct.
Van der Laan wil nog 'een poosje' burgemeester blijven. Hoe lang dat poosje duurt weet niemand. Op de stoep pal onder zijn werkkamer hadden marktkoopmannen dinsdag met cd's 'Eberhard we love you' gelegd.

Dezelfde marktkooplui die twee weken eerder nog op spandoeken hadden geschreven dat Van der Laan de boom in kon vanwege het plan van de gemeente om het Waterlooplein opnieuw in te richten. Dat is de oppositie die Van der Laan de komende poos verdient: een gebalde buist én een warme arm. Medeleven, maar liefst geen medelijden.

Politiek verslaggevers Roelf Jan Duin en Michiel Couzy belichten beurtelings op zaterdag in 'Republiek Amsterdam' een politiek onderwerp uit de stad. Reageren? r.duin@parool.nl

Beeld Steen
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden