Plus Column

Renee die in de Viva een column schreef

Thomas Acda Beeld Wolff

Vroeger was de Wibautstraat niet de prachtige explosie van architectonische hoogstandjes die we vandaag de dag mogen aanschouwen. (Ach ironie, waar bent u toch juist nu we u zo nodig hebben?) Ik fietste zojuist langs het Sarphatihuis. Ik denk dat dat op de gevel staat. Ik durf er eerlijk gezegd niet langer dan 'Sarph...' naar te kijken.

Dat ik het niet het fraaiste bouwwerk van de stad vind, komt niet alleen door zijn architect. In de jaren tachtig stond op die plek een oud huis. Vervallen, afgebladderd wit, met een schitterend balkon waar nu 'Sarph' en de vermoedelijke rest staan. Het pand was prachtig vervallen en oud en van vroeger, dus moest uiteraard weg voor vernieuwing want 'in gelul kon je niet wonen' en in lelijke goedkope gebouwen wel.

Als ik naast mijn vader in de auto gezeten naar het pand keek, badend in het zomerse ochtendlicht, gebeurde een paar keer per week het allermooiste: zij verscheen. In een wit slaapshirt, en met haar hand om een kop thee.

Bruine lange haren nog in de war van wat ze vannacht weer allemaal had meegemaakt. Ogen dicht en gezicht gericht naar de zon. Puber-ik vond haar zo mooi! En volwassen. Een vrouw die al vol in het leven stond. Met een zelf gezette kop thee. Ik had geen idee dat je dat ook zelf kon doen.

Ik dacht dat ze Renee was. Renee die in de Viva een column schreef. Die Viva kreeg ik van een buurmeisje dat belangstelling in mij had. Ik had nog niet echt interesse in meisjes. Hun vakblad was me voorlopig genoeg. Renee schreef vaak over het tussenbeense, en vooral het gebrek daaraan. Die man die geen zin had, vond ik zo'n sukkel.

Op een vrijdagochtend stond Renee weer met haar kop thee haar hele Viva-leven te vieren toen híj verscheen. Zonder shirt, met sixpack, misschien eight-, en in een lange pyjamabroek. De wereld stopte met een metalen schrieeeek! Mijn vader, ook geschrokken, remde net op tijd en verzorgde de perfecte soundtrack bij mijn eerste niet gerealiseerde film Mag Ik Dood?.

De sukkel zoende haar in haar nek. Goedemorgen, lief. Ja ja, wel nekzoenen, maar geen belangstelling voor het tussenbeense, hè uilenkop.

De verdere dag was ruk en mijn vader en ik zwegen ons door de file terug naar huis. Ik stoof naar mijn kamer, maar hoorde mijn vader nog tegen mijn moeder zeggen: "Zijn vakantiebaantje is voorbij, denk ik."

Zeker. En hoe hard mijn buurmeisje ook met de Viva op mijn zolderraam tikte, dat bleef gesloten.

Thomas Acda (1967) is zanger en acteur. Voor Het Parool beschrijft hij wekelijks zijn observaties van 'de' Amsterdammer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden