Opinie

‘Regime van noodverordeningen past niet meer bij corona’

Het moet afgelopen zijn met regeren per decreet tegen corona, stelt John Jansen van Galen. De democratie opschorten heeft al veel te lang geduurd.

Demonstratie op het Malieveld tegen mondkapjesplicht en 1,5 metermaatregelen. Beeld Foto ROBIN VAN LONKHUIJSEN/ANP

Nood breekt wet, terecht bestrijdt het kabinet daarom sinds half maart de coronapandemie met allerlei maatregelen die inbreuk maken op fundamentele vrijheden. Het recht van vergadering en het recht op demonstratie zijn beknot, evenals dat van de vrijheid van onderwijs en godsdienst, scholen zijn gesloten, kerkgang is beperkt en ook in onze door de grondwet beschermde persoonlijke levenssfeer wordt ingegrepen.

In het belang van de volksgezondheid is dat allemaal tijdelijk aanvaardbaar. Maar in het belang van de democratie moet de volksvertegenwoordiging dit beleid zo spoedig mogelijk een wettelijke basis geven, zodat de uitvoerders ter verantwoording zijn te roepen.

We hebben nu een regime van ‘noodverordeningen’. Die worden onder regie van Den Haag uitgevaardigd door 25 veiligheidsregio’s onder voorzitterschap van een burgemeester van een grote stad. Voor de veiligheidsregio waaronder Amsterdam valt treedt burgemeester Femke Halsema op als zo’n ‘superburgemeester’.

Alles goed en wel, maar van democratische controle op haar handel en wandel is daarbij geen sprake. Het ‘regionaal beleidsteam’ van burgemeesters dat haar bijstaat, kan haar niet ter verantwoording roepen en zij hoeft daaraan voor haar crisisbeleid ook geen verantwoording af te leggen. Evenmin trouwens als aan de gemeenteraad van Amsterdam. Voor de roemruchte antiracismebetoging op de Dam van 1 juni had zij zich niet in de raad behoeven te verantwoorden; dat ze het deed, was haar eigen, door politieke motieven ingegeven keuze.

Kamer buitenspel

Al eind april werden langs democratische weg wetten uitgevaardigd die gericht zijn op de speciale omstandigheden in deze (corona)tijd, onder meer een wet die digitaal vergaderen van volksvertegenwoordigingen mogelijk maakt. Toen had ook werk gemaakt moeten en kunnen worden van het in wetten verankeren van de noodverordeningen. Maar de Tweede Kamer die in het kader van bestrijding van de pandemie door het kabinet buitenspel is gezet, liet het erbij.

Er is ook onthutsend weinig verzet onder de bevolking tegen het feit dat de grondwet in allerlei opzichten buiten werking is gesteld, zodat wij niet alleen (en doorgaans terecht) in onze vrijheden worden beperkt, maar het parlement daarop bovendien geen controle heeft. Hechten wij zo weinig aan onze vrijheid en de bewaking ervan door de volksvertegenwoordiging?

“Hoe is het in vredesnaam mogelijk dat je hier als parlement niet bovenop zit?” vraagt Jan Brouwer, hoogleraar recht en samenleving in Groningen, zich af. “Dat je je stilzwijgend neerlegt bij forse inbreuken op onze grondwettelijk gewaarborgde rechten? Pas nu de zogenoemde coronawet daar een wettelijke basis aan wil geven, loopt het parlement te hoop en protesteert het tegen die wetgeving. Kunt u dat even uitleggen?”

Van de regen in de drup

Inderdaad beoogt de ‘coronawet’, officieel de Tijdelijke wet maatregelen Covid-19, de ingrepen eindelijk een wettelijke grondslag te geven. Maar zoals het er nu uitziet komen we, als het parlement de wet aanvaardt, van de regen in de drup. Het wetsontwerp maakt het namelijk mogelijk maatregelen uit te vaardigen zonder dat het parlement daarover geraadpleegd hoeft te worden. Zo krijgt het opschorten van de democratie dus een wettelijke basis, staat de volksvertegenwoordiging voor langere tijd buitenspel (nu met haar eigen instemming) en kan het kabinet op alle terreinen die samenhangen met de pandemie voortaan ‘regeren per decreet’.

Het zal waarlijk niet uit machtswellust zijn dat het kabinet dit voorjaar de democratie een kopje kleiner maakte. Er moest snel en krachtig worden gehandeld en daarbij konden bestuurders de mitsen en maren van gekozen bemoeials missen als kiespijn; die zouden de zaak maar lelijk hebben opgehouden.

Maar nu Den Haag (hoewel het parlement geen blijk geeft van onverantwoordelijkheid) deze toestand laat voortbestaan, kun je licht de indruk krijgen dat die de beleidsmakers wel goed uitkomt.

Hoog tijd dus voor democratisch herstel.

John Jansen van Galen, journalist en publicist.Beeld ANP Kippa
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden