Lezersbrieven

Reacties op Klein Geluk: 'Bedankt dat u hem even uit de vergetelheid haalde!'

De column Klein Geluk van Guus Luijters wekt bij lezers veel reacties en eigen herinneringen op. Een bloemlezing over eierrekjes, liedjes en Toby Rix en zijn toeterix.

Toby¿Rix in 1966 als speciale gast bij de Corry Brokken-show van de Avro. Beeld Cor Mulder/anp

Café Bos

Mijnheer Luijters, met groot genoegen lees ik uw observaties in 'Klein geluk'. Ik herken dingen die u beschrijft of vindt en als u een mening ventileert ben ik het bijna altijd met u eens.

Een paar dagen geleden schreef u een stukje over het perfecte eierrekje dat u zag staan in Café Bos op de Amstelveenseweg. Vanaf 1952 heb ik met mijn ouders in de Zeilstraat gewoond (ik ben van 1940), tot 1965 toen ik trouwde en een kamer kon krijgen in de Veerstraat.

Vanaf 1960 kwam ik dagelijks in Café Bos met vrienden die evenals ik op Schiphol werkten. Veel vaste gasten hadden een bijnaam. Je had Henk de Italiaan, manke Jacques die een makke had aan z'n knie, Mijnheer Karel, een aan lager wal geraakte (hoge) werknemer van Shell, Willem de haringman (Willem van Schoonhoven, de uitbater van de haringkar bij het Haarlemmermeerstation) en Ome Kees, een gepensioneerde smid.

Op zaterdagmiddag werd er beneden geklaverjast om geld en om een rondje. Mooie tijden. 5 jaar geleden ben ik voor het laatst bij Bos geweest met mijn vader die in 2012 is overleden en die tot zijn dood in de Zeilstraat heeft gewoond.

Een eierrekje dat u beschrijft heb ik nooit eerder gezien, ook bij Bos niet. Ik heb nu dus alle aanleiding naar Café Bos te gaan (dat in al die jaren niet echt van interieur is veranderd, Gode zij dank) for old times sake en om het eierrekje van dichtbij te bekijken.

Zoals u schrijft hoe u het pad der misdaad wordt opgejaagd, jaagt u mij het café in. Maar ik neem het u niet in het minst kwalijk.

Gerard van Eekhout, Amsterdam

Volksdansen

Beste mijnheer Luijters,
Het liedje Groen is 't gras dat u ­citeerde in uw column over de koekoek ken ik met een ander einde: na 'hem zoeken moeten' zongen wij: Draai je eens om, want ik ken je niet/ Ben je het wel of ben je het niet// Ja, ja, ik zie het al/ dat ik met je dansen zal.

Het liedje werd gebruikt om op te volksdansen: jongens en meisjes in een kring, een paar daarbinnen rondlopend tot het moment dat een partner gevonden was, dan samen verder, waarop de nieuwe danser alleen verder mocht.

Heel braaf. Dat volksdansen deden we tijdens kampen van de NJN (Nederlandse Jeugdbond voor Natuurstudie) in de jaren veertig en vijftig van de vorige eeuw (ik ben van 1931). Ik zou het nog voor u kunnen zingen...

Hanny van der Veld, Amsterdam

Muziek en herinneringen

Geachte heer Luijters,
Toen ik uw Klein Geluk in de krant las over Toby Rix, belde ik spontaan naar Het Parool om mijn reactie te geven. Later pas ontdekte ik het e-mailadres en toen duurde het door omstandigheden ongewild langer om alsnog te schrijven.

Ik heb al jarenlang een (lat) relatie met Toby en deze reageerde bijzonder verrast op uw verhaal, dat inderdaad voor 100 procent klopt! Hij is nu 97, maar zou graag met jullie hebben meegezongen!!

Ongetwijfeld zouden er daarna nog wel de nodige verhalen bij zijn gekomen; muziek en herinneringen uit die tijd zijn hem dierbaar. Hij heeft tot z'n 86ste met veel plezier en enthousiasme gewerkt. Bedankt dat u hem even uit de vergetelheid haalde!

Jeanne Notenboom, Beverwijk

Hillenius

Hi Guus,
Jouw rubriekje Klein Geluk sla ik niet vaak over. Als geboren Amsterdammer die nu in den vreemde woont, lees ik regelmatig allerlei zaken die mij bekend voorkomen. En dan soms ook wel een beetje een nostalgisch gevoel oproepen. Zo ook het stukje over het kleine kunstwerkje van Jaap Hillenius.

In de jaren zestig zat ik op de toenmalige Tweede Driejarige HBS van de Zocherstraat, ­althans op de dependance in Osdorp. Ik ben van vóór de Mammoetwet, dan weet je ongeveer welke leeftijd er aan de andere kant van de e-mail zit.

Mijn tekenleraar daar was jarenlang Jaap (Jacob) Hillenius. Leuke lessen altijd. Hij had de gewoonte om tijdens de les, na het geven van een opdracht, een spannend verhaal te vertellen. Zo'n verhaal met een sinistere of verrassende afloop. Edgar Allen Poe of Roald Dahl, zoiets. Dat was relaxen natuurlijk.

Ook ben ik een keer bij hem thuis op het Singel geweest in zijn atelier. Ergens op zolder in de buurt van het Muntplein. En heb ik toen een ets(je) van hem gekregen van een kameleon.

Zijn einde leek op een verhaal dat hij zelf had kunnen vertellen. Schokkender en droeviger kan bijna niet. Hij kwam met fiets en al onder tramlijn 1. Maar niet op de Willemsparkweg zoals jij vermoedde (de 1 komt daar niet) maar op de Overtoom. Het resultaat is echter gelijk, een mooi mens komt aan zijn einde.

En nog iets: vorig jaar bekeek ik wat gebouwen tijdens de Open Monumentendag in Amsterdam. Ik was bij de Wolkenkrabber en bracht daarna een bezoek aan het Amsterdams Lyceum. Prachtig! Die details van het gebouw en aankleding. Alsof er nooit een Mammoetwet is geweest.

Maar tussendoor liep ik ook even richting het Roelof Hartplein, naar het oude zusterhuis van het OLVG. Het is een buurtje (Ruysdaelstraat) waar ik 2 jaar heb gewoond. En dan mag een korte wandeling over het Harmoniehof uiteraard niet ontbreken. Wat een rust in de grote stad, maar het lijken mij wel erg kleine, ongemakkelijke woningen.

Terwijl ik richting Roelof Hartplein door de Gerard Terborgstraat liep viel mijn oog op een naambordje bij een deur. Daar woonde ene G. Luijters of Guus Luijters (ik weet niet meer zeker welke van de twee, ik denk de laatste). En toen wist ik waar het Klein Geluk vandaan komt.

René Rebel, Vinkeveen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden