Art Rooijakkers en zijn twee dochtertjes. Beeld Artur Krynicki

Rap gaat niet weg, het wordt het nieuwe klassiek

Plus Art Rooijakkers

De tweeling Puk en Keesje, geboren in 2017, zijn kinderen van de 21ste eeuw. Wat houdt dat in en hoe ziet hun leven straks eruit? Vader Art Rooijakkers gaat op onderzoek uit. Vandaag: wat wordt hun muziek?

En ik had nog zulk goede voornemens. Elke dag zou ik mijn dochters een Verantwoorde Muzikale Act voorschotelen. Elvis en Springsteen natuurlijk. Stevie Wonder, Arcade Fire, Tim Knol. Mijn lijstje was eindeloos. Maar wanneer een van die twee nu op het knopje van de geluidsinstallatie drukt en niet onmiddellijk de eerste tonen hoort van Twinkle Twinkle ­Little Star, of zoals zij het noemen ‘Dwingel’, begint het oproer.

Dus hoe zit het eigenlijk? Naar welke hedendaagse muziek luisteren mijn dochters wanneer ze net zo oud zijn als ik? En heb ik daar invloed op? Ik begin bij een man die van muziek zijn beroep heeft gemaakt, hoogleraar Emile Wennekes. “Je spreekt met een muziekhistoricus, niet met een muziekfuturoloog. En eigenlijk is het simpelste antwoord: bel over vijftien jaar maar eens terug.” Want wat blijkt uit onderzoeken? Je ontwikkelt je muzieksmaak in de pubertijd om die voor de rest van je leven mee te dragen. Mijn meisjes zijn pas over een jaartje of vijftien aan de beurt; ik ben veel te vroeg met mijn muzikale missie.

Licht gedemotiveerd sla ik de Top 2000 erop na. Adele, Coldplay en Ed Sheeran zijn de belangrijkste artiesten van na 2010 die er met meerdere nummers in staan. Zegt dat iets over hun eeuwigheidswaarde? Voor het antwoord op die vraag bel ik met de peetvader van een van mijn dochters: muziekjournalist Leon Verdonschot. 

“Het idee dat popmuziek alleen voor jongeren is, is achterhaald. De Rolling Stones, Iggy Pop, Bruce Springsteen, ze zijn er nog steeds en hun publiek groeit met ze mee.” Met andere woorden: artiesten die nu 20, 30 of 40 jaar zijn, kunnen in 2050 ook nog op een podium staan. Verdonschot: “Het zou me niet verbazen als een 81-jarige Jay Z in dat jaar als crooner optreedt.”

Een intrigerende gedachte. Hoe zingt een bejaarde de tekst ‘I got 99 problems, but a bitch ain’t one’?

Wennekes redeneert de andere kant op. “Het zou best kunnen dat rappers van nu over een jaartje of dertig heel verouderd klinken, als een curiosum uit een bepaalde periode, zoals wij nu naar bijvoorbeeld Buddy Holly luisteren.”

Vooruit, zeker als het om een kunstvorm gaat, is voorspellen lastig. Maar heeft mijn poging de smaak van mijn dochters nu al een zetje te ­geven überhaupt zin? “Het kan geen kwaad, hoor,” zegt de hoogleraar troostend. “Als je in je jeugd wordt blootgesteld aan bepaalde muziek, blijft dat langer bij je. Al kent ook dat zijn beperkingen; ik heb mijn kinderen opgevoed met goede klassieke muziek en jazz. Moeten ze nu niks meer van weten.”

Daar schiet ik weinig mee op. Als vriend herkent Verdonschot mijn verlangen naar houvast. Hij verwijst naar een onderzoek dat een verband legt tussen empathie en de mate waarin mensen openstaan voor verschillende soorten muziek. Verdonschot, die net verhuisde naar Maastricht: “Dus als jullie in Amsterdam blijven wonen, waar die meiden in aan­raking komen met allerlei mensen en culturen, ontwikkelen ze een brede muzieksmaak.”

Misschien zelfs breder dan die van hun vader? “Dat is niet zo moeilijk.”

Voor deze rubriek werkt Art Rooijakkers ­samen met studenten van de Fontys Hogeschool Journalistiek in Tilburg.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden