Roos Schlikker. Beeld Lin Woldendorp
Roos Schlikker.Beeld Lin Woldendorp

Racisme was gemeen. Daar deed je niet aan. En dus was het er niet

PlusRoos Schlikker

“Ja, jeetje. Dat kan ik toch niet weten?” De blonde vrouw op het terras snuift boven haar caesarsalade. Haar vriendin, een bedeesdere versie in eigeel vest, wordt niet geacht te antwoorden. Jeetje monoloogt erop los waarbij ze ironisch genoeg zinnen gebruikt als: “Ik snap gewoon niet dat jij niet wat meer ruimte inneemt.” Ik zit ernaast, geërgerd, en zou haar willen zeggen dat ze die ruimte ook moet geven. We zijn doorgaans slechts één vraag verwijderd van een verhaal. Maar ik zwijg.

“Je mag nou niet klagen dat ik dat niet wist. Toen. Dat je zo ongelukkig was. Jeetje. Dan moet je dat zeggen. Je moet je uitspreken joh. Dat zei ik laatst ook tegen Shirley. Die had het ook allemaal weleens eerder mogen vertellen. Al die verhalen. Iemand noemde haar laatst gewoon… nou ja, het n-woord. Zo errug. Wist ik helemaal niet. Natuurlijk heb ik meteen zo’n zwart vierkantje op mijn insta gezet. Moet je doen hoor. Black lives matter.” En meteen babbelt Jeetje verder. Over haar vriend (“Súperirritant”) en een skinny bananenbroodrecept.

Tja, zo gaat het met salonactivisme, denk ik terwijl ik in een tosti bijt. Tot ik me afvraag: ben ik zo veel beter? Ooit ging ik met zoon en vriendin zitten aan de lees-tafel van een dorpskroeg. Een gruizige kerel met worstvingers vroeg: “Waar kom je vandaan? Amsterdam? Oe. Daar heb je allemaal van die negertjes lopen.” Verbijsterd stonden we op. “Naast deze meneer wil ik niet zitten, schat,” zei ik iets te hoog, waarna ik me tot de man wendde en hem toebeet dergelijke taal niet te accepteren.

Zeker, dit alles maakte indruk op mijn kind, en ik vond mezelf destijds best stevig. Maar laten we eerlijk zijn, het is slechts een schamele bijdrage aan het antiracismedebat. Was racisme in mijn omgeving onderwerp van gesprek? Mwoah. Eerder iets waar je vanzelfsprekend tegen was, punt. Zoals Koot & Bie als Jet en Koosje Veenendaal in hun wijkje demonstreerden en riepen: “Racisme is gemeen!” Wat hebben we daar destijds om gelachen. Die malle naïeve vrouwen. Natuurlijk was racisme gemeen. Daar deed je niet aan. En dus was het er niet.

O nee? Wie was hier nu de malle naïeve vrouw? Deze weken gingen voor mij niet over de FerdFemke-fittie. Ze gingen over getuigenissen. Mijn vriendin met topfunctie die regelmatig te horen krijgt dat ze die baan louter heeft omdat ze een donkere vrouw is. Mijn sportmaatje op wie gespuugd werd door een kerel die riep: “Kankerzwarte, je verpest mijn feest.” De collega met kleur die verteld werd dat ze vast de eerste uit haar familie was die ging studeren. Hun ervaringen. Waarom hebben we het er niet over gehad?

Wellicht omdat ze te pijnlijk waren om te vertellen. Maar misschien ook, omdat ik er niet naar vroeg. Je bent slechts één vraag verwijderd van een verhaal. Een belangrijk verhaal.

Het is tijd om daar heel goed naar te luisteren. Zodat we dat ene zinnetje nooit meer zeggen: “Ja jeetje. Dat kon ik toch niet weten?”

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken. Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Reageren? r.schlikker@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden