Jaap de Groot Beeld Artur Krynick

Rabobank weigert klanten uit het betaald voetbal. Een veeg teken?

Plus Jaap de Groot

Het besluit van de Rabobank om niet langer klanten uit het betaald voetbal te accepteren is een indicatie dat er steeds scherpere randen aan de sector zitten. De bank, waar het kapitaal van 80 procent van de profclubs is ondergebracht, rept over een verhoogd risico van witwassen, fraude en corruptie.

De alarmbellen gingen in 2016 rinkelen toen er volgens het Transfer Matching System (TMS) van de wereldvoetbalbond Fifa 3 miljard euro aan transfers was omgezet. Daarvan was 1 miljard niet op de bankrekeningen van clubs en spelers terechtgekomen. De KNVB maakte vervolgens bekend dat in Nederland 80 miljoen aan transfergeld was uitgegeven, waarvan 15,3 miljoen aan zaakwaarnemers en intermediairs was overgemaakt. Met 19 procent nog ruim onder de mondiale 33 procent, maar toch.

De laatste cijfers, uit 2018, laten zien hoe de markt in twee jaar tijd is doorgeschoten. Wereldwijd is de transferomzet verdubbeld van 3 naar 6,1 miljard ­euro, terwijl de geldstroom in ons land van 80 naar 111,8 miljoen is gestegen. De defensieve houding van de Rabobank wordt mede ingegeven door het feit dat ditmaal 24,5 miljoen aan tussenpersonen is uitgekeerd.

Net als in 2016 is Ajax ook in 2018 de absolute koploper. Volgens de KNVB komt van het totaal van 24,5 miljoen euro ditmaal 10,4 miljoen voor rekening van de Amsterdammers. Gevolgd door Feyenoord (3 miljoen) en PSV (2,2 miljoen). Verder passeren ook Vitesse (2,1), AZ (1,6) en FC Utrecht (1,2) de miljoenengrens.

Overigens lijkt de scepsis bij de Rabobank vooral door de buitenlandse investeerders/eigenaren bij clubs als FC Den Bosch en Roda JC te worden gevoed. Alleen waren die in 2018 op de transfermarkt slechts in de marge actief met makelaarsvergoedingen van 29.162 (Den Bosch) en 232.000 euro (Roda).

Neemt niet weg dat het een gotspe is dat het ­betaald voetbal toestaat dat er zoveel geld uit de ­bedrijfstak verdwijnt. Ook in de Verenigde Staten snappen ze daar niets van. Daar zijn de professio­nele sporten onafhankelijk van bonden opgezette entiteiten, waarin het bijkans onmogelijk is dat de interne geldstroom buiten het circuit raakt.

Neem alleen de transferregels die Major League ­Baseball hanteert. Alle rechten voor zowel de honkballers als clubs staan in een manifest omschreven. Zo kunnen betalingen alleen tussen clubs en spelers plaatsvinden. Vervolgens kan de speler 5 tot 7 procent van zijn jaarsalaris aan zijn adviseur overmaken.

Hier zijn ook de Amerikaanse eigenaren van clubs als Liverpool en Manchester United zich terdege van bewust. Die begrijpen daarom weinig van de ongeschreven voetbalwet dat de club een door de speler meegebrachte adviseur moet betalen. Het zijn dit soort weeffouten die een Super League naar Amerikaans model in de hand werken. Een auto­nome organisatie waarin alle partijen zich aan de vastgestelde financiële regels dienen te houden. Van club tot speler en van coach tot scheidsrechter. Een model waarin voor de spelersmakelaar geen plaats is.

Jaap de Groot schrijft wekelijks een column over sport voor Het Parool. 

Reageren? j.degroot@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden