Raadsleden VVD: ‘Scheefgroei enkel versterkt in de stad’

Het huidige linkse college is een jaar aan de macht. Van de mooie beloftes over ‘bouwen naar behoefte’ is nog weinig terechtgekomen, zien VVD’ers Hala Naoum Nehmé en Marianne Poot. 

Beeld ANP

Het is één jaar geleden dat GroenLinks, D66, PvdA en SP aan de macht zijn gekomen in Amsterdam. Na een verkiezingscampagne die vooral over de woningmarkt ging en waarin vrijwel alle partijen de moeilijke positie van de middeninkomens daarop betreurden, hoopten velen dat er verstandige maatregelen zouden komen die tot meer betaalbare woningen leiden.

Maatregelen waarin ‘bouwen naar behoefte’ centraal staat en niet ‘bouwen naar ideologie’. Maatregelen waarmee de scheefgegroeide Amsterdamse woningmarkt meer wordt rechtgetrokken; vooral qua balans tussen sociale huur (55 procent) en middenhuur (6 procent). Die hoop werd versterkt doordat de vier coalitiepartijen tijdens de campagne met tranende ogen spraken over de oneerlijkheid dat de lerares en de verpleegster kansloos zijn geworden op de woningmarkt. De balans die opgemaakt kan worden na één jaar kneiterlinks bestuur, is zwaar onvoldoende.

Allereerst het voornemen om 60 procent sociale huur te bouwen en slechts 40 procent voor de middeninkomens. Hiermee versterkt men de scheefgroei van de Amsterdamse woningmarkt terwijl demografische ramingen laten zien dat lage inkomens in Amsterdam in 2025 slechts 28 procent van alle inkomens zullen zijn. Waarom zouden meer woningen nodig zijn dan de hoeveelheid mensen die daarop zijn aangewezen?

Geld gaat toch boven mensen

Toen de VVD-fractie verzocht de onafhankelijke rekenmeesters van het Centraal Planbureau (CPB) deze bouwvoornemens te laten toetsen op aansluiting op onder andere de toekomstige bevolkingssamenstelling, weigerde het stadsbestuur dat. Het CPB zou ‘kapitalistisch’ zijn.

Ten tweede is zelfs de bescheiden bouwdoelstelling voor middenhuurwoningen (40 ­procent) niet eens gehaald. Er zouden jaarlijks 1670 middenhuurwoningen worden bijgebouwd. Het werden er uiteindelijk 1152 in 2018.

Daarnaast zou het woningaanbod voor middeninkomens worden vergroot door 1300 woningen te liberaliseren. Ook dat doel is niet gehaald. Verder wilde het stadsbestuur de betaalbaarheid van middenhuurwoningen borgen via ‘eeuwigdurend middenhuur’ voor alle nieuwbouwwoningen. Dat komt er niet ­omdat het de gemeentekas te veel geld kost. Men heeft geen 40.000 euro per woning voor het eigen voorstel over. Geld gaat toch boven mensen.

Ook wil men op buurtniveau streven dat het aantal middeldure woningen niet onder 10 procent zakt daar waar dat streefgetal voor de sociale huurwoningen 45 procent is. Wat voor signaal geeft het stadsbestuur hiermee af aan de middeninkomens? Zijn zij inderdaad vier keer minder belangrijk dan de lage inkomens? En hoe kan een dergelijke maatregel bijdragen aan eerlijkere kansen voor de lerares en verpleegkundige op de woningmarkt?

Schadelijke effecten

Naast dit alles stapelt men in het koopsegment de ene ondoordachte regulering op de andere. Kettingbeding, verhuurverbod, maximale verkoopprijs, sancties tegen ‘snelle doorverkoop’ in combinatie met zelfwoonplicht. Los van de symboolpolitiek van deze regulering aangezien dit stadsbestuur geen enkele koopwoning in aanbouw neemt en reeds afgesloten bouwcontracten voor koopwoningen niet kan openbreken, ontkent men de schadelijke effecten van dergelijke maatregelen voor de hele woningmarkt.

Met name omdat ze niet mogen worden opgelegd aan bestaande woningen waardoor het stadsbestuur uitsluitend bij nieuwe koopwoningen kan ingrijpen. Hierdoor zullen de verkeerde kortetermijnbeleggers ‘vluchten’ naar de bestaande (en veel grotere) woningvoorraad aangezien deze niet mag worden gereguleerd.

Ondertussen lopen langetermijnbeleggers weg uit Amsterdam om te bouwen op plekken waar de bestuurders hen niet wegzetten als geldwolven en aanjagers van ‘maximaal rendement’. We zien dit bijvoorbeeld terug in de bedroevend lage inschrijvingsaantallen op gemeentelijke bouwtenders. Het is daarom ronduit treurig dat fatsoenlijke investeerders zoals Nederlandse pensioenfondsen aangeven graag veel woningen te willen bouwen in Amsterdam maar met zoveel ondoordachte regulering en ongunstig politiek klimaat dat niet meer te kunnen. Verder schrikken zij ook terecht van de onbetrouwbare overheid die gemaakte afspraken over huurstijgingen eenzijdig gaat openbreken via de zogeheten ‘noodknop middenhuur’. Deze noodknop zal de doodknop zijn voor de betaalbare middendure woningen waar pensioenfondsen nu de grootste investeerders in zijn.

Amsterdam is nu één jaar getuige van een maakbaarheidsfeest waarbij stoere linkse spierballenmuziek klinkt maar het feest zelf nog niet op gang komt. Het baart ons zorgen hoe weinig zelfreflectie er is. Hoe in de raadscommissie Wonen en Bouwen van de gemeenteraad, waar links en rechts zouden moeten samenwerken om meer betaalbare woningen te realiseren, de vier coalitiepartijen liever de schuld van het eigen falen neerleggen bij Den Haag, ‘neoliberalisme’, AirBnB en boze vastgoedkrachten. We zien steeds meer de raadscommissie ‘Wenen en Balen’ ontstaan waarin goedbetaalde volksvertegenwoordigers niets anders doen dan treuren en balen dat anderen hen tegenwerken. Hiermee verworden zij tot dure klaagmachines in plaats van effectieve bouwmachines te willen zijn die forse bouwaantallen realiseren. De Amsterdamse kiezer verdient beter.

Marianne Poot, raadslid voor de VVD in Amsterdam Beeld Gemeente Amsterdam
Hala Naoum Nehmé, raadslid voor de VVD in Amsterdam Beeld Annaleen Louwes
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden