Karin Spaink Beeld Artur Krynicki

Privacy is de kanarie in de kolenmijn van onze burgerrechten

Plus Karin Spaink

Door misdaad sneuvelt veel – maar criminelen zijn niet de enigen die zich gedragen als een olifant in de porseleinkast, vertrappelend wat hun in de weg staat. Ook wetshandhavers en beleidsmakers mogen graag een potje breken. Deze maand opperde de Amsterdamse hoofdcommissaris Frank ­Paauw, in reactie op het flinterdunne onderzoek van Tops en Tromp over ondermijning van de rechtstaat door drugscriminelen, dat het beter was om de rechtstaat nog een stukje verder af te breken: de privacy moet overboord. De privacywetten moeten ‘op een andere leest worden geschoeid’, zei Paauw in Het Parool. ‘We laten onszelf nu de handen op de rug binden.’

Afgelopen week nam de minister van Justitie en Veiligheid het stokje van Paauw over. De moord op advocaat Derk Wiersum liet volgens Grapperhaus zien dat het de hoogste tijd was om iets aan beknellende ­privacyregels te veranderen.

Ja, er stond inderdaad al allerlei ­wetgeving in de steigers, maar de minister was de beroerdste niet en wilde van harte pleiten voor meer bevoegdheden op het vlak van opsporing en surveillance: ‘Privacy mag geen schild worden.’

Opmerkelijk. Er zijn de laatste twintig jaar absurd veel maat­regelen genomen die massa­surveillance, bestandskoppe­lingen, gegevensuitwisseling, profilering en ‘hinderlijk volgen’ mogelijk maken: van de sleepwet tot nummerbordherkenning en van overal camera’s plaatsen tot aan het vergemakkelijken van gegevens opvragen door de politie. Zelfs patiënt­gegevens verliezen stukje bij beetje hun uitzonderings­positie. Het is kennelijk nooit genoeg: er kan volgens de ­beleidsmakers en wetshand­havers altijd wel weer een beetje meer – maar een klein beetje, hoor – van onze privacy af. Voor onze eigen veiligheid, immers.

De crux is dat privacy tot de ­zogeheten afweerrechten behoort. Het recht op bescherming van onze persoonlijke levenssfeer, op vrije beweging en vrije informatiegaring, is expliciet ­bedoeld als schild: een recht dat burgers beschermt en wapent tegen een al te bemoeizuchtige en opdringerige overheid. ­Anders gezegd: het recht op ­privacy heeft juist ten doel de overheid op veilige afstand te houden. Dan kan diezelfde overheid die belemmeringen ver­volgens niet als problematisch oormerken. Dat is zoiets als ­zeggen: “Ik kan je niet dwingen, maar als je ‘nee’ zegt, luister ik niet.”

Edward Snowden vatte het probleem bondig samen in zijn boek Permanent Record: alleen autoritaire staten kennen hun burgers (sommige) rechten toe; in een democratie zijn burgerrechten onvervreemdbaar en ontleent de staat haar invloed uitsluitend aan de rechten die de burgers haar zelf doelbewust toekennen. Privacy is de kanariepiet in de kolenmijn van onze burgerrechten.

Grapperhaus en Paauw zijn rupsjes-nooit-genoeg: voor hen is elke vorm van privacy op enig moment een probleem voor handhaving en preventie. En dan moet privacy wijken. Het houdt nooit op.

Reageren? k.spaink@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden