Johan Fretz.

Premier zal kroonprinsje Hugo de Jonge niet worden

PlusJohan Fretz

Bij de vorige Tweede Kamerverkie­zingen was de CDA-slogan: ‘Voor een land dat we door willen geven’. Dat klonk als een land waar je zo snel mogelijk weer vanaf wilt en dat bleek ook wel, want niet veel later ging leider Buma weg. Nu zitten ze met een tussenpaus, ik weet eerlijk gezegd niet eens wie het is. Even opzoeken: Pieter Heerma heet hij. Arme man, niet eens een bijzin in alle circusberichten over de aankomende lijsttrekkersstrijd. Die bijzin is meestal voorbehouden aan Mona Keijzer, want de parlementaire pers zwijgt vrouwen in de politiek graag dood, zeker als ze het willen opnemen tegen twee kroonprinsjes.

Het ene kroonprinsje was Wopke Hoekstra. Die heeft besloten dat hij niet meedoet. Hij zag zichzelf meer als bestuurder dan als beroepspoliticus. Natuurlijk viel heel Nederland in katzwijm. Bescheidenheid, zeker valse bescheidenheid, kan hier immer op luid applaus rekenen. Een politicus die zegt dat hij geen politicus is: geef die man een standbeeld, al weet je natuurlijk nooit hoe lang dat blijft staan. Doen alsof je niets voorstelt, aan dat zelfbeeld spiegelen we ons graag.

Nee, dan het andere kroonprinsje: een heel ander soort man. Iemand die graag gezien wordt. Hij kleedt zich goed, gaat naar de kapper, koopt mooie schoenen: dan ben je in dit land nog net geen crimineel. Hugo de Jonge wil CDA-leider worden en ook premier. Het was een nieuwsbericht, maar iedereen wist het al. Zag hem eens glunderen op al die coronapersconferenties. Hoorde hem eens preken, de ene volzin nog bloemrijker dan de vorige. Gebarentolk Irma liet zich zelfs vervangen zodra De Jonge aan het woord kwam, zoveel poëzie kon ze onmogelijk vertalen. Aan de zijkant stond Mark Rutte, als een vader die zelf vier Oscars won voor zijn acteerprestaties en nu gnuivend toekeek hoe zijn minder getalenteerde zoon bij amateurgezelschap Het Shakespeertje heel bevlogen Richard III stond te verkrachten. Je zag hem denken: “Ga zo door Hugo.”

De Jonge wordt CDA-leider. “Zeg maar Hugo,” zal hij zeggen, om ons het gevoel te geven dat hij de toegankelijke vriend is die we nooit hebben gehad. (En waar we ook nooit om hebben gevraagd, maar dat doet er niet toe). In een interview met het AD begon hij meteen over ‘gewone mensen met gewone zorgen’. Een man van vergezichten. Wat die grote zorgen waren: we hoefden er niet lang op te wachten. “Migratie is een belangrijke reden van zorgen.” Ja, als je problemen in dit land wilt oplossen, begin dan vooral over mensen die hier nog helemaal niet wonen.

Premier zal Hugo niet worden. Wij zijn Bill Murray in Groundhog Day. Al rijden we van een klif af, de volgende ochtend worden we toch weer wakker in hetzelfde bed, en naast dat bed staat opnieuw Mark Rutte: “Hey! Hi! Hoi! Goedemorgen! Hey! Hi! Alles goed? Met mij gaat het sú-per!” Hij laat een bekertje koffie vallen, maar ruimt het zelf op. We klappen voor hem. Hij mag dan wel de hele publieke sector hebben uitgekleed, hij ruimt tenminste zijn eigen troep op. Dat zien we Hugo niet zo snel doen. We ­vergeten het telkens weer: wie te dicht in Ruttes buurt komt, verdwijnt vanzelf in de grote Mark Rutte Bermudadriehoek. Wopke zag de bui al hangen, Hugo niet.

Over twee jaar is Hugo geen CDA-leider meer. Dan zit Hugo thuis. Hij poetst zijn Floris van Bommels, laat zich nog eens bijknippen door zijn vrouw en vraagt: “Gaat Aboutaleb binnenkort niet weg? Dat biedt kansen.”

Johan Fretz is schrijver en theatermaker. Hij heeft een wekelijkse column in Het Parool.

Reageren? j.fretz@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden