Ruben Koops. Beeld Artur Krynicki
Ruben Koops.Beeld Artur Krynicki

Premier Rutte hoort erbij te zijn als Amsterdam excuses aanbiedt voor de slavenhandel

PlusRepubliek Amsterdam

Het was een imposant gezicht, de eerste rij van de Nationale Herdenking Slavernijverleden in 2013 in het Oosterpark. Op die dag werd herdacht dat de mensenhandel waarin ons land zo’n prominente rol speelde, 150 jaar geleden werd afgeschaft.

De koning en koningin zaten er, in het midden, geflankeerd door een jonge Lodewijk Asscher, destijds de kersverse vicepremier van Nederland. Ninsee-voorzitter Eddy Campbell zat er natuurlijk ook en even verderop Roger van Boxtel, die als minister in 2001 in Zuid-Afrika namens het koninkrijk berouw had getoond voor het Nederlandse aandeel in de slavenhandel.

Aan de andere kant van de voorste rij: burgemeester Eberhard van der Laan die, net als Asscher, in zijn toespraak spijt betuigde. “We zullen de geschiedenis onder ogen moeten zien,” zei de burgemeester.

Dit jaar op 1 juli gaat dat eindelijk gebeuren. In de Stopera wordt momenteel de laatste hand gelegd aan een toespraak van burgemeester Femke Halsema waarin zij op 1 juli tijdens de Nationale Herdenking Slavernijverleden excuses zal maken voor het Amsterdamse slavernijverleden. Niet omdat alle Amsterdammers nu schuldig zijn aan de handel in mensen, maar omdat vaststaat dat de hoofdstad en haar burgemeesters de slavernij destijds direct hebben aangemoedigd, ervan profiteerden én die goed probeerden te praten.

Er zit dit jaar opnieuw een vicepremier op de eerste rij, Kajsa Ollongren, en ook zij zal een toespraak houden. Het is de tweede keer, in 2018 was ze ook al aanwezig namens het kabinet. Een opvallende afwezige is de minister-president. De hoofdstad gaat als eerste bestuurlijk orgaan van Nederland officiële excuses aanbieden, maar Rutte kiest ervoor daar niet bij te zijn. Als het 150-jarig jubileum in 2013 zelfs voor de koning en koningin belangrijk genoeg was om bij te wonen, waarom is dit moment dat dan niet voor de premier?

In 2012 was Rutte er bij, kort nadat zijn kabinet de subsidie aan het Ninsee voor deze rijksherdenking had beëindigd. Sindsdien heeft Rutte de officiële herdenking altijd aan zich voorbij laten gaan. Excuses wil hij al helemaal niet maken. Het vergroot de tegenstellingen, vreest hij. Bovendien vindt hij het uitspreken van die woorden gratuit, omdat de verantwoordelijken van toen niet meer ter verantwoording kunnen worden geroepen.

Toch kan ik twee redenen bedenken waarom Rutte dit jaar wel op de eerste rij zou moeten zitten, als Halsema die belangrijke woorden uitspreekt. Allereerst is het voor hem een kans om te zien hoe zoiets gaat. Dan weet hij hoe het moet als het onvermijdelijke moment aanbreekt dat hij dezelfde woorden uitspreekt namens de Nederlandse regering. Want het zou niet de eerste keer zijn dat de opvattingen van de premier over discriminatie en emancipatie door de tijdgeest worden ingehaald. ‘Zwarte Piet is gewoon zwart’ veranderde bij hem gelukkig ook in ‘discriminatie is het laatste wat je wil bij een kinderfeest’.

Daarnaast zou het een kans zijn om zijn eigen achterban, wiens ontsteltenis hij vreest, iets te leren. Zoals gezegd zal Halsema ambtshalve excuses maken, omdat ze nu eenmaal burgemeester van Amsterdam is. In Ruttes geval zou niet hijzelf of de VVD excuses aanbieden, maar de minister-president, voor het aandeel dat de Nederlandse regering in de slavernij heeft gehad. Excuses zijn geen morele verhevenheid die anderen dwingt om zich schuldig te voelen, het is de erkenning van een bestuurlijke fout die van ambtswege moet worden rechtgezet.

Het is prijzenswaardig dat deze premier elke week tijd vrijmaakt om jongeren maatschappijleer te geven op een Haagse middelbare school. Laat hem 1 juli de kans grijpen om het hele land iets te leren over staats­kunde, schuld en erkenning.

Politiek verslaggever Ruben Koops belicht in ‘Republiek Amsterdam’ een politiek onderwerp uit de stad.

Reageren? r.koops@parool.nl.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden