Praat met kleuters over discriminatie en de VOC

PlusNatascha van Weezel

In groep drie van de basisschool werd ik voor het eerst gepest met mijn davidster. Mounir, een jongetje uit mijn klas, zei dat hij niet met me wilde spelen en noemde me ‘Jaffa sinaasappel’ (een grove belediging voor een zesjarige). Ik kwam huilend thuis en vertelde mijn moeder dat ik mijn davidster nóóit meer wilde dragen.

De volgende dag ging ze verhaal halen bij mijn juf. Ze besloten een landenfestival te organiseren. Elke klas kreeg een ander land toebedeeld. Wij ‘werden’ Israël. Wekenlang oefenden we Israëlische liedjes en volksdansen. Ook leerden we woordjes Hebreeuws. Na een maand presenteerden we onze kunsten aan de andere klassen, die landen als Italië, Suriname en Kame­roen vertegenwoordigden.

Mounir genoot zichtbaar en wierp zich vanaf dat moment op als mijn persoonlijke bodyguard. Ik was ook toen al klein en tenger en werd daar vaak mee geplaagd door kinderen die fysiek veel sterker waren. “Natascha is mijn vriendin,” zei hij tegen iedereen die het maar horen wilde. “Als je aan haar komt, heb je een probleem met mij.”

Hoewel we inmiddels bijna dertig jaar verder zijn, is racisme nog altijd aan de orde van de dag. En dan niet op de kinderlijke manier die ik zelf meemaakte. Volgens het Sociaal en Cultureel Planbureau wordt 27 procent van de Nederlanders geregeld gediscrimineerd.

Daarom begonnen de drie schoolvriendinnen Lakiesha, Sohna en Veronika onlangs een petitie die oproept om racisme verplicht te behandelen op school. Ze hebben daar concrete plannen voor: kringgesprekken voeren met kleuters over vooroordelen en discriminatie. En poppen introduceren die een realistische afspiegeling vormen van de samenleving (dus niet meer alleen exemplaren met gouden krulhaartjes en roze jurkjes). Verder willen ze dat er meer ruimte komt in het schoolcurriculum voor lessen over arbeidsmigratie en het slavernijverleden. Inmiddels is hun petitie al ruim 60.000 keer onder­tekend en worden er binnenkort Kamervragen over gesteld in Den Haag.

Het is mooi om te zien dat jongeren in actie komen en strijden voor hun idealen. Dit soort bewustzijn kan niet vroeg genoeg worden gestimuleerd. Pas jaren na het landenfestival besefte ik dat ik zelf nooit naar Mounirs Marokkaanse achtergrond had geïnformeerd.

Hoe was het eigenlijk voor hem om op een relatief witte school te zitten? Heeft hij veel last gehad van islamofobie? Het zijn kwesties waarover ik vroeger nooit nadacht omdat ik me te weinig in anderen verdiepte.

Inmiddels schaam ik me voor die lakse houding en mijn naïeve onwetendheid. Niet helemaal terecht natuurlijk, want op school werd er – los van dat eenmalige festival – simpelweg geen aandacht aan besteed. Je kunt prima over discriminatie praten met kleuters en erkennen dat er een schaduwkant aan het ‘glorieuze’ verleden van de VOC en de WIC zit, lijkt me geen overbodige luxe.

Dit is het moment voor radicale verandering.

Natascha van Weezel (33) is journalist. Elke maandag schrijft ze een column voor Het Parool.

Reageren? natascha@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden